NL
 - EN
VLHORA-nieuwsbrief februari
Nieuwsbrief-archief

Krachtige verbindingen*

Beste lezer

Hogescholen zijn knooppunten van netwerken. Ze verbinden en ze worden verbonden. Ik wil het kort hebben over een selectie van verbindingen namelijk de verbinding met het werkveld, de verbinding met andere onderwijsorganisaties en de verbinding met sociale, economische en internationale netwerken.

 

Verbinding met het werkveld

Alle opleidingen aan de hogescholen bevatten praktijkgerichte componenten die er voor zorgen dat de afgeleverde professionals klaar zijn om bijna onmiddellijk te worden ingezet op de arbeidsmarkt. Om dit te realiseren is het curriculum van de opleidingen nauw afgestemd op het werkveld. Dit realiseren we door onze docenten die veelvuldig contact onderhouden met het werkveld maar ook door de stages die onze studenten lopen. Nieuwe onderwijsvormen zoals duaal leren of werkplekleren krijgen steeds meer aandacht. Bovendien participeren werkgevers en medewerkers uit het werkveld in talrijke adviesraden van de opleidingen. Door de goede contacten met onze alumni houden we evenzeer de vinger aan de pols en zorgen we voor alle facetten van het levenslang leren, steeds meer in digitale context.

Het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek van de hogescholen focust heel sterk op het werkveld. Het is vraaggericht en werkt frequent vanuit de co-creatiegedachte. Een krachtiger verbinding is niet mogelijk. Onze initiatieven met betrekking tot maatschappelijke en wetenschappelijke dienstverlening naar bedrijven en not for profit organisaties zijn zeer laagdrempelig en daarom heel toegankelijk.

Hogescholen verbinden ook het eerder fundamenteel onderzoek aan de universiteiten met het eigen praktijkgericht onderzoek naar valoriseerbare producten. We zijn daarom een belangrijke schakel in het onderzoekscontinuüm en de innovatieketen.

In de onderzoeksraden en begeleidingscommissies voor onderzoeksprojecten zijn vertegenwoordigers van KMO’s, not for profit organisaties en kennisinstellingen opgenomen. Toch wel sterke verbindingen?

Verbinding met sociale economische en internationale netwerken

Maar we verbinden meer dan onderwijs en onderzoek.

Hogescholen zijn vooral gericht op de regio(‘s) waarin ze gevestigd zijn. Onze medewerkers zijn heel actief in allerlei sociale en economische netwerken om kennis te delen waardoor ze zorgen voor de lokale verankering van de hogeschool. Samen met de vertegenwoordigers uit die netwerken die deelnemen aan de participatie- en bestuursstructuren in onze hogescholen zorgen zij voor de strategische keuzes en evoluties in onderwijs en onderzoek. Verbinding die leidt tot meerwaarde voor alle partijen.

Hogescholen zijn uiteraard ook verbonden met de steden waarin ze zijn gevestigd en maken deel uit van het sociale en economische weefsel. Ze dragen via het aanmoedigen van creativiteit, de kunsten en ondernemerschap bij tot een betere maatschappelijke context door zowel inhoudelijke stimulansen als kritische reflectie te geven.

Vanuit de talrijke internationale netwerken van onze opleidingen worden ook de stad en de regio verbonden. Kunstenopleidingen die veelal sterk internationaal georiënteerd zijn, nemen hierin dikwijls het voortouw. En dan hebben we het nog niet gehad over de Hogere Zeevaartschool die alle zeeën ter wereld bevaart.

Verbinding met andere onderwijsorganisaties en kennisinstellingen

Hogescholen hebben opleidingen met een duidelijk profiel. We leiden dan ook op tot professionals die onmiddellijk inzetbaar zijn. Toch zijn er behoorlijk wat afgestudeerden die verder studeren aan universiteiten in binnen- en buitenland. In associatiecontext worden de opleidingsprogramma’s daarom best zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.

Enkele jaren geleden werden de HBO5-opleidingen op de kaart gezet. Het onderwijskwalificatieniveau 5 was de “missing link” op de Vlaamse onderwijsladder. De verplichte samenwerkingsverbanden kregen niet minder dan 17 decretale opdrachten, evenwel zonder middelen! De studenten/cursisten uit de HBO5 opleidingen die sterk arbeidsgericht zijn, kunnen ook na hun opleiding via een verkort traject naar de bacheloropleiding. Ook studenten die minder succesvol zijn aan de hogeschool kunnen geheroriënteerd worden naar de HBO5-opleidingen en alsnog een hoger onderwijskwalificatie verwerven.

Hogescholen verbinden zich ook steeds meer in netwerken met secundaire scholen. Dit is geheel logisch als men wil dat er een juiste oriëntering van studenten naar het hoger onderwijs gebeurt. Hiervoor is afstemming nodig. Secundaire scholen en hun leerlingen dienen te weten welke eisen aan kennis en attitude er gesteld worden om succesvol te kunnen zijn in het hoger onderwijs. Studie-oriëntering is vandaag dan ook één van de werven van minister Crevits waar hard wordt aan gewerkt.

Knellend probleem

Om al deze krachtige verbindingen te kunnen maken moeten de hogescholen natuurlijk goed gefinancierd blijven. Er schort heel wat aan het huidige financieringssysteem vooral voor sterk groeiende instellingen die blijvend financieel achterop hinken bij het groeiend aantal studenten. De grafiek met het dalende bedrag per student die u in de congresbrochure vindt, spreekt boekdelen! De overheid kent dit knellende probleem en ik hoop dat we op de steun van alle politieke verantwoordelijken zullen kunnen en mogen rekenen om hier tijdig iets aan te doen vooraleer ook hier de stroom zou uitvallen!

Johan Veeckman
voorzitter VLHORA

*Deze inleiding is gebaseerd op het openingswoord dat de voorzitter van VLHORA uitsprak op het VLHORA-congres ‘Hogescholen in verbinding’.



 

De studenten Journalistiek van Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen maakten enkele filmpjes van het VLHORA-congres.

Klik hier voor het algemene filmpje.

De presentaties, fotoreeks en congresbrochure kan u ook hier terugvinden.

 



VERSLAG CONGRES:


Dirk Van Damme

Dirk Van Damme vertrok vanuit een zekere ergernis om drie stellingen te poneren.

Er bestaat geen overscholing in Vlaanderen: Vlaanderen heeft zijn welvaart onder andere te danken aan de zeer goede kwaliteit van onderwijs. Vergeleken met de buurlanden, groeit het aantal hooggeschoolden te traag aan. Indien Vlaanderen ook in de toekomst een innovatie- en kenniseconomie wil zijn, moet het sterker inzetten op de uitstroom van de jonge (toekomstige) beroepsbevolking in het hoger onderwijs. Hogescholen zijn – meer dan de universiteiten – de expansieve component van het hoger onderwijsbestel.

De democratisering van het onderwijs is niet geslaagd. De huidige generatie jongeren (25-34 jaar) is weliswaar hoger geschoold dan haarouders, ze is wel nog gerecruteerd uit de middenklasse. Een kind van hooggeschoolde ouders heeft 5,7 keer meer kans op een hoge scholing dan een kind van laaggeschoolde ouders. De toestroom van jongeren uit migrantengezinnen en laaggeschoolde middens stagneert. Vooral de hogescholen hebben troeven om qua toegankelijkheid en gelijke kansen deze kansengroepen aan te boren.

Er is vandaag een rigide onderscheid tussen professionele en academische opleidingen. De bedrijfswereld is vandaag geen vragende partij voor te sterke beroepsprofielen. Ze zoekt naar de ontwikkeling van gewijzigde competenties: communicatie-creativiteit-teamwork-problemsolving-interdisiplinariteit om het groeiend aandeel van non-routinematige taken in de bedrijfswereld in te vullen. Deze competenties moeten worden ontwikkeld in een continuüm tussen academische en professionele opleidingen. Alleen via een flexibeler continuüm met gelijkwaardige partners kunnen de jongeren worden voorbereid op wat de arbeidsmarkt in de toekomst zal vragen (‘21st Century Skills’).

Klik hier voor de presentatie van Dirk Van Damme en het filmpje.



Frank Beckx: Chemie tussen de hogescholen en essenscia vlaanderen

De federatie van de chemische industrie en life sciences in Vlaanderen kwam bij monde van Frank Beckx, gedelegeerd bestuurder van 'essenscia vlaanderen', de verbinding met de hogescholen in de verf zetten. Vandaag bestaan er tussen hogescholen en bedrijven uit deze sector al diverse samenwerkingsverbanden rond ad hoc projecten. Vele hogescholen stemmen hun opleidingsaanbod af, maken afspraken rond stageplaatsen voor hun studenten of organiseren werkplekleren met deze bedrijven. Essenscia wenste echter nog een stap verder te gaan en tekende op de congres-dag onder het goedkeurend oog van viceminister-president Crevits en haar collega Muyters een convenant met de Vlaamse hogescholen om de bestaande samenwerking te consolideren en te intensifiëren op een overkoepelend niveau.

Het engagement tussen de hogescholen en 'essenscia vlaanderen' zal de bestaande samenwerking structureren rond thema’s onderwijs, innovatie en instroom (STEM-opleidingen). Zodoende kunnen best practices gedeeld worden en succesvolle lokale projecten uitgerold worden over heel Vlaanderen. Momenteel biedt deze sector jaarlijks 2.000 jobs aan, maar gezien de nakende vergrijzingsgolf zal het aantal vacatures de komende jaren stijgen naar 4.000. Een nauwere samenwerking is dus nodig. Daarnaast is de sector chemie, kunststoffen en life sciences al jaren een voortrekker van duaal leren of werkplekleren, waarbij hogeschoolstudenten in het laatste jaar de leslokalen achter zich laten en hun opleiding en ervaring omzetten op de werkvloer. De sector bezit daarbij over voldoende state-of-the-art-opleidingsinfrastructuur. Ook het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek en de dienstverlening van de hogescholen kan eveneens nog beter worden afgestemd op de behoeften van de bedrijven uit deze sector. Er zit dus duidelijk chemie tussen deze sector en de hogescholen.

Klik hier voor de presentatie en het filmpje van Frank Beckx.



Ulf Ehlers: verbindingen bij een hogeschool voor duaal hoger onderwijs

Prof. dr. Ulf Ehlers ging in zijn presentatie in op de manier waarop duaal leren in de praktijk wordt vormgegeven in de ‘Duale Hochschule Baden-Württemberg’ in Duitsland. Studenten wisselen er leren in een schoolse setting (de hogeschool) voortdurend af met leren op de werkplek. Periodes van drie maanden intensief ‘theoretisch’ onderwijs op de campus van de hogeschool worden hierbij telkens afgewisseld met drie maanden werken en leren in één van de 9000 bedrijven (profit en non-profit) waarmee wordt samengewerkt. Op die manier krijgen studenten tot de helft van hun opleiding terwijl ze met hun beide voeten in de praktijk staan.

Dit leermodel veronderstelt een heel sterke verbinding van de organisaties met de hogeschool. Ze maken deel uit van de hogeschool en (be)sturen mee. De nauwe band weerspiegelt zich ook in het personeel. Specialisten en managers van de geconnecteerde bedrijven spelen een actieve rol in het onderwijs. Het zijn ook de bedrijven zelf die de studenten selecteren om aan deze speciale programma’s deel te nemen.

De voordelen voor de bedrijven zijn dan ook aanzienlijk. Ze kunnen heel vroeg talenten opsporen en klaarstomen voor het werkleven. De aanpassingsperiode wordt op die manier beperkt. Daarnaast lijken ook de studenten te winnen. De retentie van studenten is hoog en de slaagcijfers heel positief. Ze starten bij afstuderen met mooie vooruitzichten op de arbeidsmarkt. Zowel de kansen op tewerkstelling als de doorgroei op korte termijn binnen de bedrijven is aanzienlijk.

Presentatie Ulf Ehlers



Workshop 1
Kennis die werkt: onderzoek aan de hogescholen

Deelnemers aan deze workshop kregen aan de hand van de pecha kucha-presentatietechniek in een stevig tempo een overzicht van de diversiteit van praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek. Per hogeschool kwam een onderzoeksproject aan bod. Om aan te tonen dat dit onderzoek zeer nauw in verbinding staat met het werkveld, werden de meeste innovatieprojecten toegelicht door managers uit het bedrijfsleven of verantwoordelijken uit de not for profit-sector. Van ouderenzorg voor gedetineerden in de Vlaamse gevangenissen, over onderzoek naar de creatie van de ideale schoen, het ecologisch hergebruiken van betongranulaat in de wegenbouw, de ontwikkeling van de juiste non-verbale urgentiecommunicatie, tot de verbetering van toegankelijkheid in de horecasector voor personen met een functiebeperking via smartphone, … via al deze voorbeelden kregen de aanwezigen een duidelijk beeld van de R&D-diensten die de hogescholen leveren.

De workshop werd afgesloten met een overzicht en stand van zaken van het samenwerkingsproject met de Vlaamse overheid (Agentschap Ondernemen) betreffende de Laagdrempelige Expertisecentra en Dienstverleningscentra (LED). Kim Smets, coördinatrice van het Innovatiecentrum in Gent, verduidelijkte dat in iets meer dan een jaar tijd minstens 1.400 bedrijven beroep deden op deze LED’s., hieruit 900 adviezen werden verstrekt en 600 ondernemingen succesvol werden doorverwezen en effectief een samenwerking startten met een hogeschool.

Klik hier voor de presentaties.



Workshop 2
Verbinding van secundair naar hoger onderwijs

Het debat over de overgang tussen het secundair en het hoger onderwijs en de inzet van oriënteringsinstrumenten ingebed in een traject is momenteel zeer actueel. Het recente regeerakkoord en de beleidsnota onderwijs zijn hier zeker niet vreemd aan. In de workshop voedden de twee sprekers, professor Marlies Lacante van de KU Leuven en professor Erna Nauwelaerts van de Universiteit Hasselt, de discussie met inzichten en aanbevelingen uit hun onderzoek over oriëntering en voorspellers voor studiesucces.

Hoe ziet het proces van oriëntering eruit? Wanneer vertrekt dit? Welke gegevens worden meegenomen? Hoe draagt oriëntering bij aan een succesvol studietraject? De sprekers benadrukten dat studiekeuze een proces is dat plaatsvindt in samenwerking met verschillende actoren waaronder leerkrachten en klassenraden. Zij spelen immers een belangrijke rol bij de evaluatie en de studiekeuzebegeleiding van de leerlingen, een proces dat idealiter zo vroeg mogelijk vertrekt. De sprekers beklemtoonden het belang van oriënteringstrajecten. Het opstellen van proeven dient te gebeuren met de nodige omzichtigheid en met aandacht voor een aantal punten, zoals het hanteren van een referentiekader, het bepalen van de criterium- en selectiegrens, de grootte en representativiteit van de proef en de betrouwbaarheid van de vragen. Tijd en middelen zijn factoren die vaak onderschat worden in het uitwerken van proeven.

Het aan de Universiteit Hasselt ontwikkelde samenwerkingsproject SO - HO werd voorgesteld: doel van dit project is het uitwerken van een wetenschappelijk onderbouwd instrument ter ondersteuning van oriëntering in het secundair onderwijs en het studieadvies van de klassenraad. Het instrument biedt tevens aanknopingspunten om, in latere fase, in te spelen op een aantal relevante studentfactoren voor studiesucces in het hoger onderwijs. De workshop werd afgesloten met vragen vanuit het publiek: deze hebben - onder andere - betrekking op de plaats van kansengroepen binnen het oriënteringstraject, veranderde instroomprofielen, het ontwikkelen van een algemene of specifieke proef en het voorspellen van slaagkansen.

Klik hier voor de presentaties en het filmpje.



Workshop 3
Diversiteit is de realiteit

Mary Tupan-Wenno (NL), directeur van ECHO, Expertisecentrum Diversiteitsbeleid in Den Haag, gaf tijdens deze workshop toelichting over het Hoger Onderwijs in een grootstedelijke context. Belangrijke aspecten zijn de demografische ontwikkeling (‘Superdiversiteit’ Crul e.a. 2013), het toepassen van een specifiek én een generiek doelgroepenbeleid, de impact op de arbeidsmarkt en de samenwerking met de andere sectoren (zoals justitie, gezondheidszorg). Ook het onderzoek naar ‘Blijvers en uitvallers in het Hoger Onderwijs’, een kwalitatief onderzoek naar de sociale en academische integratie van allochtone studenten (Wolff en Crul) werd besproken: sociale en academische binding, studiekeuzemotivatie en academisch zelfvertrouwen zijn een aantal van de factoren die een rol spelen in het proces van studiekeuze en van invloed zijn om te blijven studeren of te stoppen. Tot slot werd er toelichting gegeven over de evaluatie van de studiesucces-programma’s (‘Generiek is divers, sturen op studiesucces in een grootstedelijke context, 2013).

Mary Tupan-Wenno deed tot slot de volgende aanbevelingen: focus je op de demografische ontwikkelingen, de verwachte instroom en het studiesucces van verschillende groepen. Wees creatief en laat het ideologisch aspect los. Werk met een streefcijferscenario op basis van onderzoek, niet opgelegd door de overheid. Koppel deze problematiek met de impact op de arbeidsmarkt. Wees ambitieus maar blijf realistisch.

Verder kwamen twee praktijkvoorbeelden van de hogescholen in Vlaanderen aan bod. Met het project ‘Talents on the move’ beogen de opleidingen kleuteronderwijs, lager onderwijs, secundair onderwijs, verpleegkunde, sociaal werk, ergotherapie van de faculteit Mens en Welzijn van HoGent volgende doelstelling te realiseren: “De doorstroom en de gekwalificeerde uitstroom van studenten uit ondervertegenwoordigde socio-culturele en socio-economische groepen verhogen”. Het project Boost voor Talenten Karel De Grote Hogeschool Antwerpen begeleidt gedurende een traject Antwerpse jongeren uit financieel kwetsbare gezinnen met het oog op het maximaliseren van hun slaagkansen in het hoger onderwijs of aan de universiteit.

Klik hier voor de presentaties en het filmpje.



Workshop 4
Levenslang leren op niveau 5

Mees Wijnen en Siete Akker (Saxion Hogeschool) bespraken het onderwijs op niveau 5 zoals dit momenteel vorm krijgt binnen de Nederlandse Associate Degree (Ad). Uit hun verhaal bleek een opmerkelijk verschil in profilering van dit onderwijsniveau tussen Nederland en Vlaanderen. In Nederland is de Ad geen zelfstandige opleiding, maar een programma dat deel uitmaakt van de bacheloropleiding. In de eerste twee studiejaren is er dan ook een grote overlap, onder meer op vlak van onderwezen inhouden en didactiek. De goede doorstroommogelijkheden naar de bachelor kunnen een voordeel voor de studenten betekenen. Anderzijds is het misschien nodig om in de toekomst meer in te zetten op andere groepen van studenten, zoals de werkende studenten.

Gunter Gehre (UCLL en CVO SSH) kleurde vervolgens de profilering van de HBO5-opleiding in Vlaanderen verder in. Vanuit zijn ervaring als docent in zowel een hogeschool als een CVO reflecteerde hij over de verschillende doelgroepen die zich inschrijven voor HBO5-opleidingen. Het gaat zowel om studenten die rechtstreeks instromen vanuit het secundair onderwijs, als om zogenaamde “tweede kans” instromers of studenten die heroriënteren vanuit een (professionele) bacheloropleiding. Naast verschillen tussen deze groepen op vlak van algemene achtergrond (leeftijd, levensgeschiedenis,…), zijn er ook indicaties van verschillende leerpatronen (betekenisgericht, toepassingsgericht, reproductiegericht of ongericht). De uitdaging bestaat er volgens hem in om deze heterogene groepen voldoende kansen te bieden en hen een positieve rol te laten spelen in elkaars leerproces. Een duidelijke profilering naar doelgroepen en een zorg voor leer(traject)begeleiding kunnen ook een absolute meerwaarde betekenen.

Klik hier voor de presentaties en het filmpje.



Workshop 5
Baten en lasten van investeringen in het hoger onderwijs

Pedro Teixeira
Policy reform in Higher education funding: major trends and issues in Europe

De massificatie van het hoger onderwijs, de toenemende kosten per student, de bezuinigingen in de publieke sector , de gewijzigde opdracht, de institutionele wedijver, de druk op efficiency, … het zijn slechts enkele van de uitdagingen waarmee het hoger onderwijs vandaag wordt geconfronteerd. Daarnaast wijzigt ook de zienswijze van hoe het hoger onderwijs moet worden gefinancierd. Aan de hand van de resultaten van het Define project, analyseerde Pedro Teixeira dit vraagstuk inclusief de politiek-economische overwegingen. Hij focustehierbij op de prestatie gerichte financiering en fusies en consortia en rondde zijn uiteenzetting af met een aantal pertinente vragen rond betekenisvolle veranderingen, regionale en sectoriële verschillen en de impact op studenten, staf en opleiding.

Erwin Ooghe
De financiering van het hoger onderwijs: wie moet de rekening betalen?

Erwin Ooghe nodigde ons uit om op een gestructureerde manier na te denken over de financiering van het hoger onderwijs zodat er over twee jaar een oplossing kan klaarliggen. Het aantal studenten neemt steeds toe waardoor de druk op de private en publieke middelen stijgt. Hij vergeleek daarbij de ideale wereld met de echte wereld aan de hand van een aantal beeldvormingen rond markten, keuzes en beleid.
In de gegeven context van financieringsdruk moet er extra geld worden gezocht. Hierbij moet een onderscheid worden gemaakt tussen de hoeveelheid, het tijdstip en de variatie in bedragen die een student extra zal moeten bijdragen. Erwin Ooghe besloot zijn betoog met een persoonlijke visie op het gegeven financieringsvraagstuk. Volgens hem is er ruimte voor een hogere bijdrage van de student, niet via studiegeld maar wel door bijdragen na de studies in functie van het inkomen. Dat extra geld moet zeker naar het hoger onderwijs, maar kan ook voor het basisonderwijs worden ingezet, meende hij.

Klik hier voor de presentaties.



Panelgesprek



Het thema ‘hogescholen krachtig in verbinding’ kwam in het panelgesprek onder leiding van Marc Vandewalle duidelijk aan bod. Verbindingen met het werkveld, verbindingen met de universiteiten, onderzoek, het ondernemerschap en het duaal leren waren belangrijke thema’s die besproken werden door de panelleden. De hogescholen zijn permanent in dialoog met het werkveld via werkplekleren, stages, gastlessen, deelname van het werkveld in jury’s en het ter beschikking stellen aan de hogescholen van hulpmiddelen. 70% van de lectoren staan in de praktijk, door het docentenkorps brengen we de maatschappij in de hogeschool. Samenwerking en complementariteit met de universiteiten is meer dan ooit belangrijk in onderzoek. De bestaande expertise die er is aan de hogescholen en universiteiten moet meer aan elkaar verbonden zijn. Niet de kwaliteit maar de finaliteit verschilt. Het duaal hoger onderwijs zoals in de ochtend voorgesteld biedt door het intensiever contact met de bedrijfswereld zeker voordelen, maar zal volgens het panel niet voor alle opleidingen werken omdat dit afhangt van de finaliteit van de opleiding.

Waar kunnen hogescholen beter doen? Hoe kunnen de hogescholen verbindingen krachtiger maken? De panelleden laten een aantal ideeën los: praktijkgericht onderzoek verstevigen, samenwerking stimuleren, structuren en kaders vereenvoudigen, een oplossing bieden voor de fragmentatie van de middelen, studenten vertrouwen geven en met hun ideeën aan de slag laten gaan, grotere samenwerkingen aangaan naar bedrijven toe of een duidelijkere profilering.

Aan het panelgesprek nam deel Herman Van de Velde (NV Van de Velde en VKW), Anne De Paepe (Universiteit Gent), Bram Roelant (VVS), Pascale De Groote (AP Hogeschool Antwerpen), Wim Dewindt (Thomas More) en Frank Lanssens (Erasmushogeschool Brussel).




Slotwoord

De viceminister-president en minister van Onderwijs was blij aanwezig te zijn op het VLHORA-congres dat de verbindingen van de hogescholen zo sterk in de verf zette. In haar slotwoord benadrukte ze dat de hogeschool geen eiland kan zijn, maar dat ze connecteert met haar omgeving, de stad, het werkveld en met een zeer breed internationaal netwerk. Ze benadrukte dat wie exponentieel beter wil zijn, coöperatief moet zijn en plaatste de ondertekening van het convenant tussen de hogescholen en de sector van chemie, kunststoffen en life sciences in dat kader. Evenzeer riep ze, verwijzend naar uitspraken van Dirk Van Damme in de ochtend op tot verdere samenwerking tussen hogescholen en universiteiten.

Klik hier voor het filmpje over het convenant.

 


PUBLICATIES

  • Naar aanleiding van het hogescholencongres publiceerde VLHORA ook een congresbrochure waarin elke hogeschool maar één voorbeeld van externe verbindingen en partnerschappen toont, maar waardoor vooral de veelzijdigheid en kleur van het pallet wordt getoond. Aan het eind van deze brochure vindt u nog enkele facts and figures over de hogescholen. Wat opvalt is de groei van de hogescholen en de tewerkstellingskansen van hun afgestudeerden: die zijn gemiddeld het hoogst van alle onderwijsniveaus. Dit bewijst dat de verbindingen ook krachtig werken voor de studenten en de maatschappij. U kunt de hele brochure lezen of downloaden op de webstek van VLHORA via deze link.
  • In 2014 heeft de NVAO in Vlaanderen minder aanvragen voor bestaande opleidingen en een dubbel aantal aanvragen voor nieuwe opleidingen behandeld. Het aantal nieuwe Vlaamse opleidingen nam toe als gevolg van een groot aantal positieve besluiten macrodoelmatigheid. Het hoger onderwijs in Vlaanderen bereidt zich voor op vernieuwing van het accreditatiestelsel. Raadpleeg het integrale jaarbericht hier.



 

In memorium Søren Nørgaard

De VLHORA uit zijn diepe deelneming bij het overlijden van Søren Nørgaard. Hij was stichtend lid, voorzitter (1998-2000) en secretaris-generaal (2000-2004) van EURASHE. Hij was mee één van de drijvende krachten in Europa voor de democratisering en het opentrekken van de internationalisering.

Hij overleed reeds op 24 mei 2014 maar zijn overlijden werd ons pas onlangs meegedeeld.



Wie Wat Waar

  • Bij de aanstelling van het nieuwe bestuur en van de voorzitter Johan Veeckman en ondervoorzitter Luc Van de Velde zijn de voorzitters voor de VLHORA-vergadergroepen (her)bevestigd:
    • De werkgroepen:
      • Financieringsbeleid: Joris Hindryckx (VIVES)
      • Personeelsbeleid: Bert Hoogewijs (HoGent)
      • Sociaal beleid: Lode De Geyter (Howest)
      • Onderwijsbeleid: Veerle Hendrickx (KdG)
      • Kwaliteitszorgbeleid: Machteld Verbruggen (TM)
      • Wetenschappelijk onderzoeksbeleid: Ben Lambrechts (PXL)
    • De overleggroepen:
      • Lerarenopleiding: Johan Veeckman (Ahs)
      • Verpleegkunde: Dirk De Ceulaer (Odisee)
      • Kunsten: Pascale De Groote (AP)
      • Elektronische databanken: Paul Buschman (HoGent)
      • ICT-beleid: Lode De Geyter (Howest)
    • Stuurgroep Learning Outcomes: co-voorzitter: Vera Pletincx (Ahs)
    • Platform HBO5: Toon Martens (UCLL)
  • Dirk De Ceulaer (Odisee) legt zijn mandaat als algemeen directeur neer op 31 maart 2015. De Ceulaer is momenteel het enige actieve stichtend lid van de VLHORA. Hij blijft zijn mandaat binnen de VLHORA tot eind 2015 nog opnemen. Mia Sas worde de nieuwe algemeen directeur van Odisee vanaf 1 april 2015.
  • Rudy Van Renterghem is sinds begin februari 2015 werkzaam als stafmedewerker onderwijs bij de associatie UGent. Hij was voorheen jarenlang actief binnen het COC en van daaruit in het hele hogeronderwijslandschap
  • Ignace Van Dingenen (EhB) wordt opgevolgd door Nora Laermans (EhB) in de werkgroep kwaliteitszorg;
  • Diane De Coster (HBO5-Odisee) wordt opgevolgd door Stefaan Debrabandere (HBO5-Odisee) in het platform HBO5;
  • Guido Galle (Ahs) wordt opgevolgd door Imran Uddin (Ahs) in het Platform HBO5;
  • Carl Van Eyndhoven (LUCA) wordt opgevolgd door Stefanie Beghein.(LUCA) in de werkgroep onderzoeksbeleid;
  • Jan De Vuyst (LUCA) wordt in de werkgroep onderwijsbeleid opgevolgd door Nancy Vansieleghem (LUCA).
  • VOC-HO afvaardiging vanuit de hogescholen
    • voor de associatie KULeuven 4 leden: 2 univ en 2 hs: voor hogescholen Dirk De Ceulaer (Odisee) en Marleen Verlinden (LUCA)
    • voor de associatie Universiteit Gent 3 leden: 1 univ en 2 hs: voor hogescholen Bert Hoogewijs (HoGent) en Johan Veeckman (Ahs)
    • voor de universitaire associatie Brussel 2 leden: 1 univ en 1 hs: voor hogeschool Luc Van de Velde (EhB)
    • voor de associatie Universiteit en Hogescholen Antwerpen 2 leden: 1 univ en 1 hs: voor hogeschool Erwin Samson (AP)
    • voor de associatie Universiteit-Hogescholen Limburg 1 lid: 1 univ  
  • Technische experten VOC
    • Denise Lanneau (Odisee)
    • Emiel Gyselinck (AP)
    • Bruno Van Koeckhoven (VLHORA)
    • Marc Vandewalle (VLHORA) 
  • Werkgroepen EU-platform De Stuurgroep van het EU-platform op het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) heeft toetreding vanuit de Vlaamse hogescholen gerealiseerd:
    • werkgroep ter coördinatie en beleidsvoorbereiding in verband met de Europese communautaire initiatieven voor onderzoek, innovatie & ontwikkeling (O&O&I), zoals bv. Horizon 2020
      • Elke Denys, fondsenwerver-projectinitiator, VIVES
      • Michiel Stoffels, adviseur onderzoek, Hogeschool PXL
      • Kris Thienpont, directeur onderzoek en dienstverlening, Arteveldehogeschool
      • Maarten Vinkers, diensthoofd onderzoek en dienstverlening, Karel de Grote Hogeschool
      • Katrien Vuylsteke Vanfleteren, diensthoofd onderzoek, Hogeschool Gent  
    • werkgroep ter coördinatie en voorbereiding van internationale samenwerkingsinitiatieven buiten de Europese communautaire initiatieven (bijvoorbeeld ERA-net, JPI’s, EIT/KIC’s, …)
      • Els Severens, stafmedewerker en coördinator Praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, AP Hogeschool
      • Karolien Steen, coördinator valorisatie, Hogeschool Gent
      • Klaas Vansteenhuyse, Head International Office – medewerker Projectenbureau, UC Leuven-Limburg  
    • werkgroep Infrastructuur (bv. ESFRI en onderzoekinfrastructuur)
      • Katrien De Smet, stafmedewerker en coördinator artistiek onderzoek, AP Hogeschool
      • Veerle Lamote, stafmedewerker dienst onderzoeksaangelegenheden, Hogeschool Gent  
    • werkgroep Euraxess (mobiliteit van onderzoekers in Europa)
      • Linda Amel, stafmedewerker onderzoek, Hogeschool PXL
      • Marieke Merckx, onderzoeksaangelegenheden & internationalisering, Hogeschool Gent
      • Peter Partoens, coördinator onderzoek, maatschappelijke dienstverlening en internationalisering AP Hogeschool
      • Serge Schroef, diensthoofd internationalisering, VIVES  
    • werkgroep COSME (programma voor concurrentievermogen van ondernemingen en KMO’s)
      • Wim Dewindt, directeur onderzoek & innovatie, Thomas More
      • Hilde Hoefnagels, internationaal coördinator, AP Hogeschool
      • Evi Knuts, adviseur dienstverlening en medewerker LED KMO-management, Hogeschool PXL -
      • Koen Rymenants, diensthoofd onderzoeksaangelegenheden, Hogeschool Gent
      • Tin Van den Putte, coördinator ondernemende hogeschool en docent, UC Leuven-Limburg
  • Rudy Van Renterghem is sinds begin februari 2015 werkzaam als stafmedewerker onderwijs bij de associatie UGent. Hij was voorheen jarenlang actief binnen het COC en van daaruit in het hele hogeronderwijslandschap


Kalender

  • 4 maart 2015: ASEM University-Business seminar - meer info
  • 11 maart 2015: Studiedag VLIR-UOS voor onderzoekers en betrokkenen bij internationale projecten - meer info
  • 19 maart 2015: middagsymposium 'respectvol verplegen in de GGZ', georganideerd door Cure & Care Development (CCD) - meer info
  • 20 maart 2015 - Studiedag: 'het studiegeld tussen heilige koe en melkkoe, Vlaamse Parlement; een organisatie van VVKHO - meer info
  • 21 maart 2015 - jaarlijks VVS-congres met als hoofdthema studieoriëntering
  • 30 maart 2015 - Studienamiddag tienjarig bestaan ExpertiseCentrum Hoger Onderwijs - meer info
  • 16-17 april 2015 - EURASHE conferentie Lissabon
  • 28 april 2015 - lezingenreeks Studium Generale - Leerstoel Kinsbergen van AP Hogeschool. Met o.a.: Peter Mertens, Jef Staes, Mark Kinet, Maud Vanhauwaert en Sihame El Kaouakibi - meer info
  • 30 april 2015: dag van de vakdidactiek, een organisatie van de expertisenetwerken en het regionaal platform voor lerarenopleidingen. Ditmaal wordt samengewerkt met VELOV (de Vereniging van Lerarenopleiders Vlaanderen) en staat de studiedag in het teken van vakdidactief PAV (Project Algemene Vakken). - meer info


U heeft ook een bericht?

Uw instelling organiseert een studiedag, congres, ... dat interessant en toegankelijk is voor het hoger onderwijs? Uw aankondiging kan worden opgenomen in de VLHORA-nieuwsbrief. Voor praktische informatie; contacteer myriam.slock@vlhora.be.



U heeft ook een vacature?

Vacatures op beleidsniveau in de Vlaamse hogescholen die aan het VLHORA-secretariaat bekend worden gemaakt, worden gepubliceerd op de VLHORA-website.


Volg ons via:
Contact: Ravensteingalerij 27 bus 3 - 1e verd.    B-1000 Brussel    |    tel. +32(0)2 211 41 95     |    E-mail