NL
 - EN
Persbericht "Meer studenten, minder middelen. Dit is niet vol te houden!"
Nieuwsbrief-archief

Meer studenten, minder centen.
Dit is niet vol te houden!

1   Meer studenten

Studenten blijven kiezen voor de hogescholen. Alle hogeschoolopleidingen samen kennen een stijging van 2,2 procent of 2.569 studenten meer dan vorig academiejaar. In totaal waren er op 1 oktober 117.262 studenten aan de basisopleidingen van de hogescholen ingeschreven. Eén op de twee jongeren in het hoger onderwijs studeert aan een hogeschool. De stijging van de studentenaantallen in de hogeschoolopleidingen over de afgelopen tien jaar blijft spectaculair en constant. In die tijd groeiden de opleidingen met 40 procent en zijn er 33.376 studenten bijgekomen. Maar ook in de afgelopen vijf jaar kwamen er in deze opleidingen nog 15.000 studenten bij.



Ook het aantal generatiestudenten (studenten die voor het eerst inschrijven in het hoger onderwijs) stijgt met 1,6 procent (bij een gelijkblijvend aantal 18-jarigen in 2015. Ook deze groep jongeren heeft in toenemende mate vertrouwen in een hogeschoolopleiding om de toekomst voor te bereiden.

2   Kwaliteit

Veel factoren spelen mee bij de keuze van een opleiding in het hoger onderwijs, maar uit gesprekken en enquêtes die de hogescholen voeren met en afnemen bij (toekomstige) studenten, alumni en werkveld blijkt dat kwaliteit en toekomstmogelijkheden de doorslag geven.

De kwaliteit van de hogeschoolopleidingen zit uiteraard in de inhoud en de samenstelling van het curriculum. Hogescholen investeren ook sterk in de begeleiding van alle studenten en in de ontplooiing van hun individuele talenten. Ze betrekken de studenten ook bij projecten rond onderzoek en innovatie en organiseren voor al deze studenten stages. Kwaliteit voor deze bachelor- en masteropleidingen wordt ook gedefinieerd door de nauwe samenwerking met het werkveld, maar ook door het voorbereiden op een leven lang leren en het flexibel inzetten van de eigen capaciteiten.

Deze kwaliteit uit zich ook in de mate waarin de afgestudeerden van hogeschoolopleidingen hun weg vinden op de arbeidsmarkt. Over de jaren heen scoren de hogeschoolopleidingen (meer bepaald de professionele bacheloropleidingen) het sterkst in de schoolverlatersstudie van de VDAB.

Dit is niet verwonderlijk omdat meer dan 100.000 van de hogeschoolstudenten (86 procent) een STEM-opleiding (24%) en/of een opleiding tot knelpuntberoep volgen. Meer dan vier op de vijf hogeschoolstudenten kiest dus voor dergelijke opleiding. Eén op de vier volgt een STEM-opleiding!



3  Per studiegebied


3.1 Professioneel gerichte bacheloropleidingen

De stijging van het aantal studenten is het grootst in de studiegebieden Gezondheidszorg (met onder meer Verpleegkunde), Handelswetenschappen en bedrijfskunde en Industriële wetenschappen en technologie. Zoals aangegeven gaat het hier in grote mate over STEM-opleidingen en/of opleidingen tot knelpuntberoepen. Het aantal inschrijvingen in het studiegebied Onderwijs daalt voor het tweede jaar op rij (nu gemiddeld met 5 procent). Maar dit jaar dalen de drie lerarenopleidingen (kleuteronderwijs (- 5 procent), lager onderwijs (- 8 procent) en secundair onderwijs (- 4 procent). De hogescholen blijven hier oproepen om in te zetten op en te investeren in de sterktes van de lerarenopleidingen om aan de toekomstige vraag te kunnen voldoen.

De afgelopen vijf jaar kende het studiegebied Industriële wetenschappen en technologie een stijging van maar liefst 25 procent (3.105 bijkomende inschrijvingen). Voor Gezondheidszorg was dat een stijging van 18 procent (3.081 extra studenten) en zelfs het grootste studiegebied Handelswetenschappen en bedrijfskunde steeg in die periode nog met 15 procent of 4.306 studenten.

Bij de opleidingen zijn Bedrijfsmanagement (+ 686) en Verpleegkunde (+ 438) de grootste nominale stijgers, gevolgd door Toegepaste informatica (+ 262) en Sport en bewegen (+ 156).

De professionele bachelors in het onderwijs zijn de grootste nominale dalers. Daarnaast blijven ook Multimedia en communicatietechnologie, Journalistiek en Gezinswetenschappen verder (significant) dalen.

3.2 Academisch gerichte bachelors en masters

Er zijn in de hogescholen drie studiegebieden met academisch gerichte opleidingen. We noteren een stijging in het studiegebied van de Nautische wetenschappen terwijl de andere twee zeer licht dalen.

3.3 Genderverhouding

In het totaal bestaat de hogeschoolpopulatie voor 57 procent uit vrouwelijke studenten. Er is de jongste jaren nog een stijging merkbaar van het aandeel vrouwelijke studenten. De studiegebieden met het meeste aandeel vrouwelijke studenten zijn Gezondheidszorg (82 procent vrouwen), Sociaal-agogisch werk (79 procent vrouwen) en Onderwijs (70 procent vrouwen). Omgekeerd zijn er (veel) meer mannelijke studenten in de studiegebieden Nautische wetenschappen (89 procent mannen) Industriële wetenschappen en technologie (84 procent mannen) en Muziek en podiumkunsten (60 procent mannen).

In de STEM richtingen (die over verschillende studiegebieden verspreid zitten) zitten 27 procent vrouwelijke studenten.

4  Kwaliteit heeft zijn prijs

De oktobertelling maakt ons elk jaar weer bewust van de stijgende druk op de hogescholen en hun personeel om hun maatschappelijke rol te blijven spelen voor een constant groeiende studentenpopulatie. Cijfers tonen ook aan dat deze opleidingen meerwaarde creëren en leiden naar goede en duurzame tewerkstelling.

Een dergelijke groei noodzaakt op zijn minst dat investeringen en financiële middelen gelijke tred houden met deze groeiende studentenpopulatie. Helaas is het tegendeel waar en is het lijstje besparingen ontmoedigend. Reeds jaren kampen de hogescholen met de gevolgen van de onderindexering van de middelen (dus minder dan we zelf aan de indexering van lonen moeten betalen), van het vertraagd doorrekenen van de groei en van de beperkte investeringsmiddelen.

Tot overmaat van ramp wordt omwille van de besparingen van de Vlaamse regering de groei in 2015 en 2016 helemaal niet meer doorgerekend (het gaat meer bepaald om de groei van de jongste vijf jaar) en wordt zo de toestand onhoudbaar. Bovendien werd ook op de werkingsmiddelen van het hoger onderwijs nog een extra besparing opgelegd tijdens deze twee jaren en worden sommige beloofde middelen in deze jaren niet uitbetaald of zelfs geschrapt. Het gaat hier om bijkomende besparingen van 1,14 en nog eens 1,79 procent, om de inkrimping van Brusselmiddelen en aanvullende onderzoeksmiddelen.

De hogescholen verloren zo doorheen de afgelopen jaren meer dan 25 procent van het budget per hogeschoolstudent. In 2015 beschikken de hogescholen, gemiddeld, nog over amper 5.000 euro per student, terwijl dat in 2008 nog 6.800 euro was.

De verhoogde inschrijvingsgelden brengen de hogescholen gemiddeld (rekening houdend met het heel grote aantal beursstudenten) 194 euro per student op. Daarmee wordt slechts een beperkt deel van de besparing gecompenseerd en blijft het bedrag per hogeschoolstudent ver beneden peil.


De kwaliteit die de hogescholen leveren, de meerwaarde voor de maatschappij in de zin van goede en duurzame tewerkstelling en de versterking van de innovatiekracht verdienen beter. Deze situatie is simpelweg niet vol te houden. Kwaliteit heeft immers zijn prijs.



5  Conclusie

De hogescholen en hun opleidingen blijven jongeren aantrekken omwille van hun kwaliteit, de begeleiding en de goede kansen op tewerkstelling. Op 1 oktober waren 117.262 studenten ingeschreven aan de hogescholen, een stijging van 2,2 procent of 2.569 studenten. De afgelopen tien jaar groeiden deze opleidingen samen met maar liefst 40 procent. Liefst 86 procent van deze studenten kiest voor een STEM-opleiding en/of voor een opleiding waarvan de afgestudeerden de knelpuntvacatures zullen invullen. Eén op vier studenten volgt een STEM-opleiding.

De hogescholen voelen zich verscheurd tussen de maatschappelijke vragen en uitdagingen en de zorg voor hun studenten en medewerkers enerzijds en het pijnlijke gebrek aan voldoende middelen anderzijds. Het verminderen van het gemiddeld beschikbare bedrag per student maakt de situatie echt precair. Een vergelijking toont aan dat de noodzaak aan een betere financiering bij de hogescholen ontegensprekelijk het hoogst is. Steeds meer studenten bedienen met steeds minder centen is niet langer vol te houden! Extra investeringen door de Vlaamse overheid om dit bedrag per student terug op te krikken naar het niveau van 2008 zijn noodzakelijk.

meer informatie: Marc Vandewalle (secretaris-generaal)  -  tel: 02 211 41 95  -  e-mail: marc.vandewalle@vlhora.be



Volg ons via:
Contact: Ravensteingalerij 27 bus 3 - 1e verd.    B-1000 Brussel    |    tel. +32(0)2 211 41 95     |    E-mail