NL
 - EN
VLHORA-nieuwsbrief maart 2016
Nieuwsbrief-archief

Hogescholen, hefbomen voor de toekomst

(verkorte versie toespraak voorzitter op VLHORA-congres)

Beste lezer

Onze hogescholen zijn een krachtige hefboom naar de toekomst van een sterk Vlaanderen.

Hoe die toekomst, die vooralsnog altijd heel onzeker is, er zou kunnen uitzien, konden we deze voormiddag bij onze sprekers reeds uitvoerig beluisteren. Die onzekerheid maakt sommige, bang vooral uit angst voor het onbekende. Maar dergelijke dreiging kan je ook ombuigen tot een opportuniteit!

 

De impact van technologie, digitalisering en robotisering op ons werk, ons sociaal leven, op de maatschappij, … is heel groot. We hebben het dan nog niet eens gehad over de effecten van de internationalisering, de klimaatwijziging, de energievoorziening, de grondstoffen-, voedsel- en watervoorziening.

Wij hebben geen keuze dames en heren. De hogescholen zouden kunnen afwachten tot de toekomst hen overvalt maar dat laten ze niet gebeuren. Ze zullen zelf de toekomst mee vorm geven.

De vraag is hoe de hogescholen dit kunnen realiseren. Ik kan alvast een drietal hefbomen voorstellen, namelijk de studenten, de docenten en het werkveld . Alle drie nauw met elkaar verbonden.


De studenten: de opleiding van de studenten moet duurzaam zijn. Met andere woorden moeten we beseffen dat de studenten die we vandaag opleiden wellicht pas in 2085 met pensioen zullen kunnen gaan. Hoe staat het dan met de beroepen waartoe we opleiden? Jan Denys wees er op dat doemgedachten daarover uit den boze zijn, voor elk beroep dat verdwijnt, ontstaat er een nieuw beroep dat we vandaag zelfs nog niet eens kennen. Het is dan ook van het grootste belang om onze studenten die skills aan te leren die hen toelaten in een steeds sneller wijzigende context te leren en in te spelen op de veranderende toekomst maar hen ook te wijzen op het belang van waarden en respect voor anderen. Onze afgestudeerden zullen veranderingsgericht moeten zijn.

 

Het zal niet alleen meer gaan om het overbrengen van de allernieuwste kennis, het levenslang leren, het onderzoekend en ondernemend vermogen. Het zal ook gaan over het verbinden van de expertise met de uitdagingen en noden van de toekomstige samenleving. Darwin schreef in één van zijn natuurwetten over ‘the survival of the fittest’; met andere woorden diegenen die overleven zijn diegenen die zich het snelst en het best kunnen aanpassen aan de veranderende omstandigheden. Daarom moeten onze studenten in de hogeschool kansen krijgen om via zelfsturing hun onderwijsloopbaan in handen te nemen. Ze moeten geappelleerd worden op hun talenten! We begeleiden hen om hun persoonlijkheid verder te vormen zodat ze niet alleen aan de maatschappij van morgen kunnen participeren maar ze ook mee vorm helpen geven.

De aanpassing aan leerstijlen en leervormen vraagt ook een verhoogde wendbaarheid van onze docenten die vanuit hun eigen pedagogische verantwoordelijkheid steeds meer en ook sneller moeten inspelen op de veranderende omstandigheden. Er wordt vandaag veel ingezet op coaching en onder hun begeleiding ontwikkelt de student zich tot een veelbelovende professional. De passie van de docent voor het onderwijzen raakte de jongste jaren wat ondergesneeuwd door de ‘infobesitas’ of de vele informatie die ter beschikking moet worden gesteld voor de eigen instelling maar ook voor talrijke externe organisaties. Hogescholen willen hun verantwoordingsplicht niet ontlopen maar het moet ook met minder rapporteringsdwang kunnen zodat de kern - namelijk onderwijs - opnieuw onder’wijzen’ of richting geven wordt zoals Kees Boele dat in zijn boek Onder’wijsheid’(2015) schrijft.

De derde hefboom is het werkveld en het beroep. Hogescholen staan heel dicht bij het werkveld, niet alleen via de stages van de studenten maar ook door het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek, de dienstverlening en de beoefening van de kunsten. Bovendien maken vertegenwoordigers uit dat werkveld expliciet deel uit van tal van adviesraden in de hogeschool zodat de curricula van de opleidingen, mee door hun inbreng, toekomstbestendiger worden gemaakt.

Het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek zorgt voor innovatie van het beroep en de maatschappelijke en economische sectoren. Er wordt met het werkveld samengewerkt vanuit expertisecentra, in co-creatie, om onze studenten de skills voor de toekomst aan te leren.

De hogescholen zijn een sterk merk en willen zich verder ontwikkelen en voorbereiden op de toekomst voor een sterk Vlaanderen.
Het is duidelijk dat om deze hefboom te laten werken er een verschuiving van het steunpunt nodig is, namelijk een betere financiering. Het is ons al zo dikwijls beloofd en af en toe zijn er een aantal meevallers die de besparingen wat temperen maar een grondige aanpak hebben we tot op heden nog niet mogen ervaren. Op onze rechtmatige eis van meer dan vijftien jaar geleden moet nu een antwoord komen. Als men de hogescholen ernstig neemt, moeten zowel het onderwijs als het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek beter worden gefinancierd. Het water staat de hogescholen en haar medewerkers tot net onder de neus. Zonder betere financiering kunnen we niet aan de toekomst van onze studenten en de maatschappij bouwen. En ja, zoals u vorige week kon lezen en zien in de media, willen de Vlaamse hogescholen eerst in dialoog gaan met de beleidsmakers. Indien echter de resultaten uitblijven kan ik jullie verzekeren dat de actiebereidheid bijzonder groot is.

Hogescholen van de toekomst hebben ook dromen. Hogescholen zouden professionele masters moeten kunnen inrichten net als de collega’s in Nederland, Ierland of Finland. Dit is noodzakelijk als de hogescholen zich verder internationaal willen profileren. Waarom zouden onze huidige bachelor- na bacheloropleidingen niet als een toekomstige professionele masteropleiding in aanmerking kunnen komen?

We rekenen er ook op dat de conceptnota voor het HBO5 vóór Pasen gecommuniceerd wordt zodat ook daar duidelijkheid naar de toekomst wordt gegeven niet alleen voor de opleidingen maar ook voor hun studenten. De hogescholen zijn er klaar voor!

Hogescholen, dames en heren, zijn meer dan ooit bereid om als hefbomen mee de toekomst van een sterk Vlaanderen vorm te geven. We vragen dan ook aan de Vlaamse Regering dat het steunpunt van onze hefboom, namelijk een betere financiering in de nabije toekomst, niet virtueel zou blijven maar dat morgen reeds de belofte in realiteit wordt omgezet.

22 februari 2016
dr. Johan Veeckman voorzitter


 


Student-journalisten van Thomas More Hogeschool geven hun beeld over het VLHORA-congres weer in drie reportages. Deze kan je hier bekijken.

verslag

keynotes

break-out sessies



Keynote Tom Palmaerts: ‘Onvermoede trillingen: trends bij de Europese jeugd en studenten’

Tom Palmaerts trendwatcher bij Trendwolves, een Europees jongerentrendbureau, en docent aan de Hogeschool Gent, gaf de congresgangers het startschot met zijn visie op het onderwijs in 2049. Hij raadde de docenten en onderzoekers van de hogescholen aan om vaste denkkaders te verlaten en een proces op te zetten van ‘unlearning’ waarbij we nostalgie moeten laten varen. Om nieuwe trends uit de maatschappij en werkveld op te volgen raadt hij elke docent aan om, naast de les- of onderzoeksopdracht, ook regelmatig stages te doen bij bedrijven of innovatieve non profit-instellingen. “Be water, my friend.”, was zijn stelling, waarmee hij doelde op doorgedreven flexibiliteit.


 

Momenteel beleven we een snelle digitale online revolutie, maar in de toekomst zal deze trend terug meer ombuigen naar fysieke contacten. Bedrijven streven op dit moment naar een unieke consumentenervaring door ‘phygital spaces’ te creëren waarbij de online- en offline-wereld nauw met elkaar worden verbonden. Ook het onderwijs mag hier niet achterblijven en het heeft wind in de zeilen: (bij)studeren is nooit zo cool geweest. Steeds meer mensen scholen zich, ongeacht de leeftijd, bij. Voor het hoger onderwijs zijn hierbij twee uitdagingen: enerzijds zouden docenten meer moeten focussen op het stimuleren van de creativiteit bij hun studenten en, anderzijds, zullen ze ook bereid moeten zijn om hieraan ruimte te geven door meer (voorbijgestreefde) leerstof te schrappen en nadruk te leggen op het ontwikkelen van ‘skills’ bij de studenten.



Keynote Jan Denys: 'Hooggeschoolden op de arbeidsmarkt : valkuilen, mythes en feiten'.

Jan Denys is arbeidsmarktdeskundige verbonden aan Randstad.

Tijdens een keynote-presentatie op het VLHORA congres gaf hij een boeiende uiteenzetting over de feiten, de mythes en valkuilen van de positie van de hooggeschoolden op de arbeidsmarkt. Ondanks een negatieve perceptie over de arbeidsmarkt, (werkloosheid, delocalisatie, staking, burn out, ..) blijft Denys optimistisch, want hooggeschoolden hebben een heel harmonieuze verhouding met de arbeidsmarkt.


Hij onderstreept dit met enkele relevante cijfergegevens:

De werkzaamheidsgraad van de hooggeschoolden bedraagt in 2014 bijna 90% (t.o.v. 75% voor de midden geschoolden en 55% voor de laaggeschoolden). Maar merkwaardiger is dat deze werkzaamheidsgraad weinig evolutie vertoont over de jaren, ondanks economische schommelingen en crisissen. Dit is niet zozeer het gevolg van een arbeidsmarktbeleid, wel een gevolg van demografische evoluties maar vooral een compliment voor het hoger onderwijs: steeds meer jongenren en ook meer vrouwen komen op de markt als hooggeschoolden.
De werkloosheid van de hooggeschoolden bereikt amper het niveau van de frictie werkloosheid (2,5%) en doet zich vooral voor in het begin van de carrière.

 

De laaggeschoolden, d.i. jongeren zonder diploma secundair onderwijs blijven een heel kwetsbare groep met een werkloosheidsgraad van ongeveer 7,7%. Er is een duidelijke correlatie tussen graad van scholing en niveau van verloning..

In de periode 1993-2010 is er, ook in België, een toename van het aandeel “hogere” salarissen en een afname van het aandeel “midden-salarissen”. Veel jobs in het middensegment zijn immers verdwenen, en midden geschoolden zijn afgezakt naar lager betaalde jobs.

Er bestaan heel veel controverses rond de evoluties en de toekomst van de arbeidsmarkt. Jan Denys onderstreept dat er geen overaanbod is aan scholing op de arbeidsmarkt: er is in sommige richtingen wel één over kwalificatie. Scholing blijft de beste investering en de meest belangrijke keuze in het leven. Jammer genoeg moet deze keuze vaak te vroeg worden gemaakt door jongeren. Daarom geeft Denys nog enkele handvaten als afsluiter: een studiekeuze moet altijd in eerste instantie gebaseerd zijn op interne drijfveren en motivaties. Indien er minder interne drijfveren aanwezig zijn, en dat is vaak een gegeven bij de jeugd, moeten ook externe factoren (arbeidsmarkt) inspireren. Natuurlijk moet er aandacht worden geschonken aan de nieuwe scholingsvormen zoals het werkplekleren, skills, kerncompetenties, nieuwe competenties. Maar meer nog bestaat de grote uitdaging op de arbeidsmarkt aan het verhogen van de inzetbaarheid. De interne en externe inzetbaarheid van hooggeschoolden piekt later, en duurt ook langer in vergelijkbaarheid met de laaggeschoolden.
Waar draait het echt om op de arbeidsmarkt: ken jezelf, ontwikkel daadkracht, maak verschil, kies het juiste ogenblik, let op de context en hou rekening met een aantal loopbaanankers en loopbaancompetenties.

Als afsluiter, nog een boekentip : Careers, the graphic guide to finding the perfect job for you.

citaat: The most important decision in life is the choice of education.



Keynote Kristel Baele: ‘Onzekerheid en innovatie in de polder'

De veranderende samenleving heeft invloed op het onderwijs. Zo is de arbeidsmarkt flink veranderd; een loopbaan loopt niet meer lineair van leren naar werken naar pensioen. Leren doe je juist je hele leven en je werkt bij verschillende werkgevers. Dit heeft invloed op het aantal mensen die een om- of bijscholing volgen. De hogescholen kunnen hierop inspelen. Wat ook meespeelt is dat de snelheid van de veranderingen flink hoger ligt, onder andere door technologische ontwikkelingen. Om het ontstaan van nieuwe beroepen bij te benen is samenwerken met werkgevers en het aanbieden van opleidingen die over bestaande disciplines en domeinen heen gaan belangrijk. Door demografische ontwikkelingen, zoals de vergrijzing van de bevolking, kan de vraag naar onderwijs dalen. Buitenlandse studenten aantrekken kan hieraan een tegenwicht bieden. Ook kunnen extra inspanningen geleverd worden om onderwijs voor ‘talenten’, zoals sporters en ondernemers aantrekkelijk te maken. De vergrijzing zal echter ook effect hebben op het docentencorps, terwijl het krimpen van studentenaantallen invloed zal hebben op de infrastructuur van onderwijsinstellingen. Het is dus belangrijk de ontwikkelingen in de gaten te houden. Digitalisering heeft veel invloed op het onderwijs. Er zijn veel nieuwe mogelijkheden waarop onderwijs gegeven kan worden (bijvoorbeeld via MOOC’s), maar het heeft ook invloed op eisen die gesteld worden aan leslokalen en gebouwen.


 

Internationalisering is niet iets wat op een afstand gebeurt, het is juist iets wat hier en nu gebeurt. Het is van belang dat hogescholen hierrond strategieën bepalen, bijvoorbeeld rond het toegankelijk maken van de campus voor buitenlandse studenten. Al deze veranderingen stellen hoge eisen aan hogescholen: maar ze zijn ertoe instaat hiermee om te gaan!




Break-out sessie 1

Bernd Wächter: The International future – the future of internationalisation

Bernd Wächter werkt sinds 1998 als directeur van de Europese think-tank Academic Cooperation Association (ACA) voluit aan procesoptimalisatie rond innovatie en internationalisatie in het hoger onderwijs. Vanuit zijn rijke expertise gaf hij tijdens een break-outsessie een aantal aandachtspunten voor de toekomst mee. In de eerste plaats zorgt de demografische lange termijn-trend ervoor dat wereldwijd steeds meer mensen hoger onderwijs zullen volgen. Hierbij zijn de sterk opkomende landen uit de middenmoot bepalend zoals Brazilië, Mexico, de Russische Federatie, India, Indonesië, Maleisië en Kenia. China loopt demografisch enigszins achter door de één-kind-politiek uit het verleden.

Het hoger onderwijs is wereldwijd ook in een ‘merger-mania’ terechtgekomen, stelt Wächter ironisch vast. Het is goed dat er efficiëntiewinsten worden geboekt door meer instellingen te laten samenwerken of te versmelten met elkaar, maar de slinger mag niet te hard doorslaan. Daarnaast raadt hij de hogescholen in Europa aan om het sterke eigen profiel te behouden: diversiteit in het hoger onderwijs zal in de toekomst steeds belangrijker worden. Dit is de kracht van de hogescholen ten aanzien van de al te vaak uniforme universiteiten: “de academische drift moet stoppen in het belang van de noodzakelijke diversiteit in het hoger onderwijs”.



Break-out sessie 2

Robert Schuwer: ‘Open education als vernieuwing? Trends en praktijken voor de toekomst’

Onder ‘open’ wordt verstaan dat het onafhankelijk is van tijd en plaats en vrij beschikbaar is. Bij Open Educational Resources (OER) staan daarom de 5R’s centraal: Retain, Reuse, Remix, Revise en Redistribute. Een voorbeeld van OER is een Massive Open Online Course (MOOC). Openheid blijkt een belangrijk thema voor de Nederlandse overheid: het doel is dat in 2025 docenten hun materiaal delen en instellingen elkaars MOOC’s erkennen. Om al een beeld te krijgen hoe het nu staat met de openheid in het onderwijs, is er een survey gehouden in het Nederlandse hoger onderwijs. De pioniersfase blijkt voorbij, maar het merendeel van de ondervraagde instellingen geeft aan dat er nog geen gemeenschappelijke visie rond OER/MOOC’s bestaat en dat er geen beleid voor is. De belangrijkste reden om een OER te publiceren blijkt om studenten zelfstudiemateriaal aan te reiken, bij MOOC’s werd aangegeven dat het de zichtbaarheid van de instelling vergroot. Een belangrijke reden om juist geen OER of MOOC te publiceren is dat er geen expertise voor is en dat het meer werk oplevert voor de docenten. Om effectiviteit van OER te vergroten moet duidelijk zijn wat het potentieel van OER is en waar materiaal te vinden is. Er moet een open policy geformuleerd worden dat delen stimuleert. Bovendien moeten er voldoende faciliteiten zijn voor docenten om open materiaal te ontwikkelen, delen en te gebruiken.


 

Open Education Week

De VLHORA-overleggroep Open Education neemt voor het eerst actief deel aan de Open Education week 2016 die plaatsvindt in de week van 7-11 maart 2016.


Dit kadert in het wereldwijde netwerk van Open Education. Hoofddoelstelling is kennisdeling rond open en online leren in het Vlaamse hoger onderwijs. Vanuit die optiek wil de VLHORA-overleggroep Open Education een steentje bijdragen tot het ‘Open en online education denken’ door enkele korte webinars of online ‘inspirational talks’ voor beleidsmakers, ondersteuners en docenten te organiseren. Deze talks worden gespreid over de week van 7-11 maart georganiseerd. Geïnteresseerden kunnen live deelnemen in de verschillende locaties, maar kunnen ook via streaming video de sessies volgen. Alle talks worden opgenomen en worden nadien ter beschikking gesteld. De deelname aan deze week en de activiteiten staan open voor iedereen en is gratis; inschrijven is wel verplicht. Het volledige programma en het digitale inschrijvingsformulier vindt u hier.



Break-out sessie 3

Peter Van der Sijde: Een ondernemende hogeschool – dé oplossing voor alles?

Joris Hindryckx introduceerde de spreker door de verschillen tussen een hogeschool en een ondernemer te onderstrepen. Een ondernemer ontwikkelt nieuwe producten, is innovatief en valoriseert. Een hogeschool moet heel innovatief werken, maar kan geen risico nemen. Het ondernemerschap voor een hogeschool is anders dan dat voor een onderneming.

Van der Sijde is reeds 15 jaar actief op het kruispunt tussen technologie, innovatie en sociale organisatie. Hij heeft als hoogleraar en supervisor van promovendi, ervaring op het gebied van de wisselwerking tussen hoger onderwijs, ondernemerschap en het bedrijfsleven.
Van der Sijde refereert naar Clark (1998) die een ondernemende instelling voor onderwijs typeert als een instelling met een krachtig bestuur (leiderschap) die excelleert in de uitvoering van haar wettelijke taken. Maar die anderzijds ook andere bronnen van financiering kan aanboren, die mechanismes heeft ontwikkeld om te interageren met de omgeving. En die het ondernemerschap stimuleert.
Het stimuleren van ondernemerschap is meer dan het doceren over ondernemerschap. Een hoger onderwijsinstelling moet als het ware ondernemend zijn in al haar opdrachten van onderwijs, onderzoek en valorisatie.
Er bestaat geen uniek model voor de ondernemende hogeschool.
Elke hogeschool leunt, historisch, aan bij één van de onderwijsmodellen waarbij de nadruk eerder ligt op onderzoeksgebonden onderwijs, beroepsgebonden persoonlijkheidsontwikkeling of het Anglo-Amerikaans model. Elke hogeschool zal dus een eigen weg ontwikkelen om een ondernemende hogeschool te worden. Dit kan zowel door o.a. de inhoud van opleidingen (Engelstalig) als de professionaliteit van docenten (beroepservaring) te herdenken. Ondernemerschap creëert opportuniteiten, ook in de hogescholen.

Het publiek reageerde op de uiteenzetting door te stellen dat het ondernemerschap vandaag een verhaal is van samenwerken. De kracht van het onderwijs ligt in het erkennen van ondernemerschap in elke competentie en in elk opleidingsonderdeel.



Break-out sessie 4

Katrien De Bruyn: 'De wet van de sterksten? Het belang van stimulerende leeromgevingen voor een verhoogde participatie van jongeren met een migratieachtergrond in het hoger onderwijs'

Katrien De Bruyn stelde de resultaten voor van een onderzoek dat de UGent enkele jaren geleden uitvoerde bij studenten met een migratieachtergrond. Gepeild werd naar hun ervaringen en naar de kenmerken van de leeromgeving die stimulerend of belemmerend zijn voor de studievoortgang. Gezocht werd daarnaast naar eventuele verschillen met hun autochtone studiegenoten. De conclusie van het onderzoek was dat succesfactoren vaker te maken hebben met de achtergrondkenmerken van de studenten (o.a. schoolloopbaan secundair onderwijs, steun van familie en medestudenten, persoonlijkheid en intrinsieke motivatie,…) dan met de leeromgeving. Desalniettemin blijkt uit ander onderzoek dat de leeromgeving wel degelijk ook een belangrijk verschil kan maken. In het onderwijs- en diversiteitsbeleid van de universiteit werden daarom concrete acties opgenomen, bijvoorbeeld naar een stimulerende houding van docenten toe en in functie van peer-to-peer ondersteuning. In docententrainingen wordt gefocust op hoge verwachtingen voor alle studenten (om een gevoel van futiliteit tegen te gaan) en op het vermijden van zogenaamde ‘microaggressions’ (opmerkingen – vaak goed bedoeld - van docenten die de studenten toch beledigen of die denigrerend overkomen). In het kader van peer-to-peer ondersteuning is een universiteitsbreed keuzevak uitgewerkt rond coaching en diversiteit waar alle studenten voor kunnen kiezen. In aansluiting bij deze presentatie van De Bruyn konden de deelnemers meer te weten komen over een aantal concrete praktijkvoorbeelden uit de hogescholen. Een korte beschrijving van de voorbeelden is hier te vinden.



Break-out sessie 5

Giampietro Parolin: 'Studentenvoorzieningen als een incubator voor sociale vernieuwing: traditie, doeltreffendheid en nieuwe uitdagingen.'


 

Giampietro Parolin, financieel directeur van Esu Padova (It), gaf ons tijdens deze break-outsessie zijn visie op de toekomst van studentenvoorzieningen. Esu Padova staat in voor de studentenvoorzieningen van de universiteit van Padua in Italië. Deze studentenvoorzieningen houden zich vooral bezig met de cafetaria’s, huisvesting, beurzen, leningen en andere diensten voor studenten.


Hij begon zijn presentatie met een uiteenzetting over de oprichting van studentenvoorzieningen in Italië en gaf meer informatie over het bestuursmodel en enkele belangrijke cijfers. Studentenvoorzieningen zijn al sinds de oprichting van de eerste universiteiten verbonden met het studentenleven.

Vervolgens sprak hij over nieuwe uitdagingen die sociale voorzieningen vereisen. Enkele voorbeelden van uitdagingen in de toekomst zijn: omgaan met de plaatselijke verscheidenheid, de financiële beperkingen, de perceptie van de waarde van studentenvoorzieningen, de concurrentie met private diensten, de verdeling en de verscheidenheid van diensten en de investering in internationale mobiliteit.

Waarom investeren in studentenvoorzieningen? Parolin gaf ons hier snel een antwoord op. Studentenvoorzieningen versterken de sociale dimensie in het hoger onderwijs. Investeren in studentenvoorzieningen betekent investeren in sociaal kapitaal. Studentenvoorzieningen hebben een belangrijke impact op drie gebieden: ze beïnvloeden de keuze van universiteit of hogeschool, ze ondersteunen het academisch succes (empirisch bewijs) en ze dragen bij tot het ontwikkelen van een sociaal opvangnet. Parolin concludeerde dat vernieuwing een sociaal fenomeen is!

Een blijvende strategische heroriëntering is nodig voor de toekomst. Parolin drong erop aan om meer gebruik te maken van data-analyse om te achterhalen welke factoren het studentenleven het meest beïnvloeden. Zijn advies is ook om maatschappelijke veranderingen te volgen om prioriteiten te kunnen stellen en om diensten en voorzieningen te vernieuwen. Tot slot concludeerde hij dat de organisatiecultuur en de visie moeten afgestemd worden op bovenstaande zaken.

Het doel is dat studentenvoorzieningen een incubator voor sociale vernieuwing worden!



Keynote Alexander Rinnooy Kan: 'Hoger onderwijs voor werkenden'

Alexander Rinnooy Kan ging in zijn keynote in op hoger onderwijs voor werkenden. De roep om levenslang leren (in functie van de kenniseconomie waarin een hoofdrol is weggelegd voor human capital) is groot op verschillende beleidsniveaus.


Opdat onderwijs voor deze specifieke doelgroep succesvol zou zijn moet echter aan een aantal factoren worden voldaan. Zo komt het onderwijs best tot stand in samenwerking met de werkgevers (die betalen, de inhoud mee bepalen,…), wordt voldoende aandacht besteed aan de flexibiliteit van zowel het aanbod als de inhoud (rekening houdend met het feit dat de doelgroep het leren moet inpassen naast andere activiteiten en al heel wat voorkennis en -ervaring heeft die ze niet louter wil herhaald zien) en wordt nagedacht over eventuele financiële incentives. In het buitenland zijn een aantal mooie voorbeelden te vinden van instellingen die een sterk aanbod voorzien, virtueel en/of met een ver doorgedreven modularisering die toelaat ‘op maat’ te werken. Nederland heeft intussen lessen getrokken uit de slechte resultaten die ze zelf behaalden op het vlak van levenslang leren. Er zal nu ondermeer ingezet worden op een systeem van vraagfinanciering (met vouchers) en een verbeterde EVC-regeling (met concentratie van ervaring).

 


Twintig jaar VLHORA

Student-journalisten van Thomas More Hogeschool maakten een reportage met quotes over "twintig jaar VLHORA" van een aantal personen die een rol spelen/hebben gespeeld in de VLHORA of in samenwerking met de VLHORA:

Interviews 20 jaar VLHORA, deel 1 - deel 2 - deel 3 - deel 4

Een student-journalist van Arteveldehogeschool plaatste op de blog van TANK zijn beeld over het VLHORA-congres: link.

De studenten grafische vormgeving van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten Antwerpen en woordkunst van het Koninklijk Conservatorium Antwerpen van Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen gaven hun visie over 20 jaar VLHORA in een Motion graphic.

Motion graphic - link
Motion graphic, making of - link

Op de VLHORA-website vindt u een fotoreeks van dit congres.

Klik ook hier voor alle powerpoint presentaties van de keynote sprekers en break-out sessies.





 

Slotwoord

Minister-president van de Vlaamse Regering, Geert Bourgeois verzorgde het slotwoord van het congres, waarbij hij onder de titel ‘Sterke hogescholen voor een sterk Vlaanderen’ de uitdagingen schetste voor Vlaanderen en de hogescholen opriep om samen deze uitdagingen aan te gaan.



KALENDER

  • Open Education Week, 7-11 maart 2016 - meer info
  • 21 en 22 april 2016 - Eurashe annual conference, Servia (Belgrade), 'centres of cooperation striving for excellence: professional higher education and the world of work' - meer info
  • dinsdag 8 maart 2016, 19 - 22 uur: navorming UCLL: internationalisering en marketing- meer info 


U heeft ook een bericht?

Uw instelling organiseert een studiedag, congres, ... dat interessant en toegankelijk is voor het hoger onderwijs? Uw aankondiging kan worden opgenomen in de VLHORA-nieuwsbrief. Voor praktische informatie; contacteer myriam.slock@vlhora.be.



U heeft ook een vacature?

Vacatures op beleidsniveau in de Vlaamse hogescholen die aan het VLHORA-secretariaat bekend worden gemaakt, worden gepubliceerd op de VLHORA-website.


Volg ons via:
Contact: Ravensteingalerij 27 bus 3 - 1e verd.    B-1000 Brussel    |    tel. +32(0)2 211 41 95     |    E-mail