NL
 - EN
nieuwsbrief april 2011
Nieuwsbrief-archief

Wachten!

Beste lezer

Het is net Pasen geweest en we wachten nog steeds. Niet op één of ander teken, maar op teksten. Teksten die in het beste geval al heel lang geleden zouden zijn voorgelegd, maar anderzijds toch zeker tegen Pasen 2011. Hoewel het geluk aan de zijde van de overheid stond en we pas einde april de paaseieren in onze tuin vonden, bleven we tevergeefs zoeken naar de beleidsteksten en decreten. Toegegeven, de teksten van het zogenaamde stuvodecreet over de integratie van de vzw's die instaan voor de studentenvoorzieningen in de hogescholen, zijn eindelijk in de eindfase beland. Maar al geruime tijd (en dat is een understatement) wachten we op de decretale kaders voor het nieuwe visitatie- en accreditatiesysteem. En ook de teksten en beslissingen die meer duidelijkheid scheppen over de organisatie van HBO5-opleidingen in Vlaanderen zijn er nog niet.

Laten we verder ingaan op het eerste. Eind volgend jaar loopt de huidige visitatieronde af. De laatste zelfevaluatierapporten uit deze ronde worden bij de VLUHR ingewacht tegen eind dit jaar. Daarna volgt een nieuw stelsel. Daar is binnen de VLUHR (lees dus ook VLIR en VLHORA) al heel veel voorbereidend werk voor gedaan. Reeds lang geleden brachten de hogescholen en universiteiten een gezamenlijk advies uit over een nieuwe aanpak waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen een beperkte opleidingsbeoordeling en een instellingsaudit. Ook andere actoren (VLOR, VVS, ...) gaven reeds adviezen over dit toekomstig stelsel en er werden in 2009 door de NVAO zelfs al pilootvisitaties gehouden in verschillende Nederlandse en Vlaamse instellingen. De VLIR en de VLHORA blijven voorstander van een inhoudelijke en op verbetering gerichte en afgeslankte verplichte opleidingsvisitatie en –accreditatie in combinatie met een op ondersteuning en verbetering gerichte verplichte maar niet sanctionerende instellingsaudit. Intussen is in Nederland reeds gestart met deze nieuwe aanpak. Waar wachten we nog op? Hoewel iedereen er van uitgaat dat de contouren min of meer duidelijk zijn, is er nog geen enkele decretale basis voor het nieuwe stelsel. Samen met o.m. NVAO dringen VLIR en VLHORA al zowat 1,5 jaar aan op meer duidelijkheid (en rechtszekerheid).

De hoogdringendheid hoeft geen betoog. De eerste zelfevaluatierapporten voor het nieuwe stelsel worden ingediend in juli 2012. Dit betekent uiteraard dat deze opleidingen nu reeds volop de voorbereidingen zijn gestart. Ze doen dat wellicht op basis van wat er over een mogelijk nieuw stelsel al bekend is, en van wat er in Nederland onder beperkte opleidingsbeoordeling wordt verstaan. Bovendien weten we nog minder over de instellingsaudit en de impact daarvan waar we voor Vlaanderen pleiten voor een aanpak die verschilt van Nederland. De werking van het nieuwe stelsel moet worden geregeld door een handleiding die door het visitatieorgaan wordt opgesteld. De VLUHR is dit aan het voltooien, hoewel we geen decretale basis hebben om dit uit te werken. Het visitatie-orgaan zelf moet zich trouwens ook organisatorisch aanpassen aan een nieuwe manier van werken. Hoeveel werk ligt er precies op de plank? Wie staat in waarvoor? Welke timing wordt erop geplakt? Hoeveel zal dat moeten/mogen kosten? Hoeveel personeel hebben we daarvoor nodig ? Het zijn vragen die we tot op vandaag niet kunnen beantwoorden, terwijl we wel onze begroting voor 2012 moeten voorbereiden.

Dit is dus een dringende oproep om duidelijkheid te creëren, om niks nieuws uit te vinden, maar zich (zoals meer dan een jaar geleden al aangegeven tijdens een overleg) te baseren op eerder gegeven adviezen, en om dan hierover samen te zitten met de betrokkenen. VLIR en VLHORA hebben zeer binnenkort overleg met de overheid hierover. Laat dit geen vijgen na Pasen zijn.

Marc Vandewalle
secretaris-generaal


Wijzigingen in het VLHORA-secretariaat

Evelien Vandenhaute versterkt sinds 11 april 2011 als secretaris visitaties de cel kwaliteitszorg van de VLHORA.

Vanaf 2 mei 2011 is Bruno Van Koeckhoven de nieuwe beleidsmedewerker personeel, financiering en onderzoek.

Tevens vangen op 2 mei 2011 de onthaalbediendes hun opdracht voor de VLHORA en de VLIR aan. Kathleen Derynck en Ann-Katharine Lothin zullen elk deeltijds de gloednieuwe onthaalbalie bemannen.


VLHORA - studiedag ICT

Op 24 oktober 2011 organiseert de VLHORA zijn jaarlijkse studiedag in het Vlaams Parlement te Brussel. Als onderwerp is dit jaar gekozen voor onderwijs en ict. Onder de titel 'The education highway' wil de VLHORA een aantal actuele onderwerpen aankaarten waar iedereen in het hoger onderwijs vandaag mee geconfronteerd wordt. Er wordt een diepgaande blik geworpen op de meest gebruikte elektronische leeromgevingen en deze worden geconfronteerd met nieuwe spelers op de markt. De (on)zin van sociale media en de rol ervan in het onderwijsproces wordt doorgelicht. We kaarten eveneens verantwoord ict gebruik aan als basis voor alle betrokken bij het onderwijs. Iedereen ziet de mogelijkheden, maar weinigen beseffen de gevaren. Ook dat staat op de agenda van deze studiedag.

Meer weten? Follow us on Twitter (http://twitter.com/#!/StudiedagVLHORA).

 


UASNET-EURASHE Memorandum of Understanding

 

Op de 21e Eurashe conferentie van begin april in Nice werd tussen Eurashe en UASNET een memorandum of understanding ondertekend tussen de beide voorzitters.

Dit document dat er onder meer kwam op vraag van de VLHORA, benadrukt de complementariteit tussen beide en moet vermijden dat er concurrentie ontstaat.

Het memorandum gaat ervan uit dat Eurashe zich blijft concentreren op het Bologna-proces en het professionele hoger onderwijs in Europa blijft vertegenwoordigen. UASNET legt de nadruk op innovatie en toegepast onderzoek en de rol van het professionele hoger onderwijs in de kennismaatschappij.

Op beide gebieden zullen de organisaties elkaar en elkaars leden uitnodigen om bijdragen te leveren.

Eurashe is de Europese koepelorganisatie van instellingen van professioneel hoger onderwijs. Zie hiervoor ook onze nieuwsbrief nr. 2 'in de kijker' van oktober 2009

UASNET is een vereniging van tien nationale koepelorganisaties van hogescholen die veel belang hecht aan het praktijkgericht wetenschappelijk onderzoek in de professionele opleidingen en daarrond wil samenwerken, netwerken en lobbyen.

De VLHORA is lid van beide organisaties.


PWO-middelen moeten dringend worden aangevuld

De Vlaamse Regering heeft in 2008 beslist middelen te voorzien specifiek voor het projectmatig wetenschappelijk onderzoek aan de professionele opleidingen. Initieel voorzag men daarvoor 9,5 miljoen euro per jaar.

Door besparingen van de laatste jaren is dit bedrag herleid tot 8,6 miljoen euro in 2011, een besparing van 10 %. Bovendien worden deze middelen door de desindexering (de verhoging van de lonen aangepast aan de index zonder aanpassing van het bedrag van de PWO-middelen) nog verder uitgehold.

Indien we beide elementen (besparing en desindexering) in rekening brengen dan zou er in 2011 bovenop het oorspronkelijke bedrag van 9,5 miljoen nog 0,4677 miljoen euro moeten komen ter compensatie van de verhoging van de lonen.

De hogescholen maken zich sterk dat daar ook heel wat maatschappelijke meerwaarde tegenover staat:

  • Door het herstel met 1,5 mio euro kunnen een 30-tal projecten extra worden gerealiseerd;
  • Als we uitgaan van 85% personeelsinzet, dan kunnen hierbij meer dan 20 onderzoekers worden tewerkgesteld;
  • Bij elk project zijn gemiddeld 2 tot 7 KMO's of not-for-profit organisaties (gemiddeld 1 op 4 is not-for-profit) betrokken. Dit brengt het directe effect tot om en bij de 150 organisaties;
  • Door multiplicatoreffecten (verder onderzoek en innovatie, aanzet voor projecten buiten PWO middelen (EFRO, IWT ...), vermeerderen van de impact van de PWO middelen door co-financiering, de verspreiding van de onderzoeksresultaten en know-how naar alle partners in de diverse sectoren, ook via maatschappelijke dienstverlening van de hogescholen ) zijn er een veelheid aan betrokkenen: zowel onderzoekers, als partners (voornamelijk KMO en not-for-profit). Een schatting is hier dat er gemiddeld X5 mag worden gerekend (waardoor we spreken over 750 extra organisaties!);
  • De time-to-market van al deze projecten is ultrakort. Dat betekent dat voor deze 30 extra PWO-projecten gestart in 2011 er binnen twee jaren innovatiereturn in al die KMO's en organisaties is.
  • Door betrokkenheid van lectoren en studenten, betekenen 30 projecten voor 60 extra lectoren en meer dan 200 professioneel gerichte bachelorstudenten een onderzoekscontact. Deze studenten zijn de innovatoren in KMO's en non-profit van morgen;
  • Het is belangrijk te weten dat het steeds gaat om collaboratief onderzoek met grote betrokkenheid van de partners uit het werkveld. De drempel van deze projecten is zeer laag, waardoor ze een ander doelpubliek bereiken.

De VLHORA heeft dan ook de beleidsmakers erop gewezen dat dit herstel van de PWO-middelen een onderzoekstimulans betekent voor organisaties en hogescholen die op hun beurt bijdragen tot een snelle innovatie van het werkveld en welvaart in de maatschappij. We hopen op een snel en positief antwoord.


ISCED

De International Standard Classification of Education is een classificatie van onderwijsprogramma's ter bevordering van de (internationale) vergelijkbaarheid van onderwijsstatistieken en onderwijsindicatoren. Door de UNESCO werd beslist om de huidige ISCED classificatie van 1997 te actualiseren met betrekking tot de studieniveaus. In de herziening blijven de studiegebieden ongewijzigd. Een belangrijke wijziging in ISCED 2011 betreft de overschakeling van zes niveaus naar negen onderwijsniveaus:

  • Niveau 0: early childhood education (kleuter onderwijs),
  • Niveau 1: primary education (lager onderwijs),
  • Niveau 2: lower secondary education (lager secundair onderwijs),
  • Niveau 3: uper secondary education (hoger secundair onderwijs),
  • Niveau 4: post-secondary non-tertiary education (secundair na secundair onderwijs),
  • Niveau 5: short-cycle tertiary education or equivalent (Hoger beroepsonderwijs),
  • Niveau 6: bachelor level education or equivalent (bacheloropleidingen),
  • Niveau 7: master level education or equivalent (masteropleidingen),
  • Niveau 8: doctoral level education or equivalent (doctoraten).

In zijn reactie vraagt de minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel wel te verduidelijken hoe ISCED 2011 zich verhoudt tot het European Qualification Framework.

De Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel bezorgde een officiële reactie aan Unesco over ISCED 2011. Hij volgt hierin het advies van de VLOR. De VLHORA is verheugd dat de gesuggereerde aanvullingen door de VLOR – die ook door de VLHORA zijn aangegeven - door de Onderwijsminister zijn gevolgd.


Learning Outcomes

Op 4 maart 2011 vond een studienamiddag plaats met betrekking tot het Learning outcomesproject. Deze studienamiddag had zowel tot doel de resultaten van het pilootproject kenbaar te maken bij een ruim publiek als het vervolg van het learning outcomesproject te bespreken.

Tijdens het eerste deel van de studienamiddag stelde de projectbegeleider van het pilootproject - Conny Devolder - de doelstellingen, het verloop en de resultaten van het pilootproject voor. Vervolgens werd een panel met opleidingsverantwoordelijken die hebben deelgenomen aan de pilot aan het woord gelaten. Meer concreet vertelden de vertegenwoordigers van de professionele bacheloropleiding Communicatiemanagement en de academische opleiding Communicatiewetenschappen enerzijds en vertegenwoordigers van de opleidingen Industriële wetenschappen: Bouwkunde en Toegepaste wetenschappen: Bouwkunde anderzijds over hun ervaringen. Het panel besteedde daarbij bijzondere aandacht aan deze thema's:

  • Bevorderende en belemmerende factoren bij het bereiken van een consensus tussen de verschillende opleidingen bij het vaststellen van de leerresultaten;
  • Het nut van de aftoetsing van de leerresultaten bij stakeholders;
  • De zinvolheid en bruikbaarheid van een uitgeschreven leerresultatenkader;
  • De timing en doorlooptijd nodig voor het opstellen van een leerresultatenkader.

In het tweede deel van de studienamiddag werd hoofdzakelijk op de toekomst van learning outcomes in het Vlaamse hoger onderwijs gefocust. De hogescholen en universiteiten worden op dit ogenblik inzake de bepaling van gezamenlijke domeinspecifieke leerresultaten met twee verplichtingen geconfronteerd. Enerzijds gaat het om het Decreet op de kwalificatiestructuur, waarbij wordt verwacht dat voor elke opleiding leerresultanten kunnen worden opgeleverd tegen uiterlijk 2017-2018. Anderzijds vraagt de Vlaamse Regering in haar besluit van 16 juli 2010 ook om prioriteit te geven aan de profilering van de academiserende opleidingen, dit met het vooruitzicht op de integratiebeweging van deze opleidingen in de universiteiten.

Met betrekking tot de eerste opdracht, het decreet op de kwalificatiestructuur, zal prioriteit worden gegeven aan de opleidingen die in 2013 hun zelfevaluatierapport moeten indienen. Er zal worden verder gewerkt volgens de aanpak die in de pilootprojecten is gebruikt, met inachtname van de verbeterpunten die hieruit zijn gegroeid. Momenteel wordt de uitvoering echter gehinderd door:

  • De nog steeds bestaande onduidelijkheid over het decretaal kader van het visitatie- en accreditatiesysteem vanaf 2012-2013;
  • Een gebrek aan middelen, en daaruit voortvloeiend, de nog bestaande onduidelijkheid over projectbegeleiding vanuit VLUHR.

Ten tweede dient ook op korte termijn uitvoering te worden gegeven aan de beslissing 16 juli 2010. Concreet houdt de beslissing in dat domeinspecifieke leerresultaten moeten worden bepaald voor de volgende 'families' van opleidingen:

  • 1. Architect t.o.v. Ingenieur-Architect
  • 2. Industrieel ingenieur t.o.v. Burgerlijk ingenieur en Bio-ingenieur
  • 3. Handelswetenschappen t.o.v. Economische wetenschappen
  • 4. Toegepaste taalkunde t.o.v. Taal- en letterkunde

In totaal omvatten de bovenstaande opleidingsclusters 168 opleidingen. Gezien de krappe timing zullen enkel gemeenschappelijke kenmerken en verschillen in kenmerken en accenten worden beschreven voor deze vier opleidingsfamilies. Het resultaat van deze oefening moet de basis vormen voor de profilering van de verschillende opleidingen in het globale onderwijsaanbod.


STUVO-decreet

Het 'stuvodecreet' zit in de laatste rechte lijn. Het heeft wat voeten in de aarde gehad, mede door de zoektocht naar bijkomende middelen voor de universiteiten, maar nu kan het vooruit gaan! De Minister van Onderwijs wil het ontwerp van decreet begin juli 2011 bij de Vlaamse Regering inleiden.

Ondertussen is de tekst bekend en de betrokken partners zijn het, op enkele belangrijke bijzonderheden na, eens over de grote lijnen. Zo is er nog discussie over enkele omschrijvingen uit het begrippenkader, de juiste afbakening van de specifieke opdrachten en de bepaling van de niet studie gebonden materies, de goede balans tussen een inclusief- en een doelgroepenbeleid, de toegang tot de voorzieningen, de plaats en de sluitende afspraken op het vlak van de middelen en de studentenparticipatie bij de aankomende integratie van de academiserende opleidingen en een aantal minimum vormvereisten.

Eind mei 2011 zal de ontwerptekst afgerond zijn en kan de verdere adviesprocedure worden ingezet. Het decreet zal ingaan op 1 januari 2013. De studentenvoorzieningen van de hogescholen zullen vooraf maatregelen moeten nemen tot ontbinding of fusie van de vzw. Vanuit de overheid zal hiervoor de nodige administratieve begeleiding worden aangereikt.

De Minister van Onderwijs wil het decreet ook kaderen in het bredere debat van de democratisering en het gelijke kansenbeleid en voorziet een bundeling van de verschillende initiatieven zoals het Aanmoedigingsfonds, de tutoring (zie ook Onderwijsdecreet XXI) en de expertisenetwerken. Een aantal aanzetartikelen zijn vanuit dat oogpunt al opgenomen in het decreet. Ook de financiering van de studentenvoorzieningen voor HBO5 zou later inpasbaar moeten zijn. Het decreet regelt de integratie van de vzw's studentenvoorzieningen in de hogescholen en wordt ook inhoudelijk bijgestuurd. De bestuursvorm blijft paritair samengesteld en behoudt enige slagkracht en verantwoordelijkheid. Resten nog enkele knopen die moeten doorgehakt plus de zorg om de studenten van de academiserende opleidingen die op een andere locatie studeren, dezelfde voorzieningen te garanderen en te betrekken bij het beleid van de studentenvoorzieningen op de locatie waar ze effectief les volgen.


Studentenarbeid

Vanaf 1 januari 2012 zal de wetgeving op de studentenarbeid veranderen. Enkele van de voorstellen komen tegemoet aan de vraag van de studentenvoorzieningen, maar het had iets meer mogen zijn zeker op het vlak van de periode. Wordt vervolgd.


Publicaties

Integratie van Vlaamse hogescholen in de erking van VLIR-UOS.

Naar meer participatie gericht op complementariteit en synergie (februari 2011). www.vliruos.be

VLOR-adviezen

De VLOR gaf in zijn nieuwsbrief van maart 2011 een aantal adviezen uit:

  • advies over het voorstel van de lijst opleidingen en opleiidngenstructuren voor het DBSO
  • advies over de specifieke eindtermen Sportwetenschappen ASO
  • advies over voorstellen tot erkenning van nieuwe structuuronderdelen in het gewoon voltijds secundair onderwijs
  • advies over opvang en onderwijs voor jonge kinderen (OOJK)
  • advies over een stimuleringsplan voor wetenschappen en techniek in het onderwijsreactie op het groenboek interne staatshervorming
  • advies over het planlastendecreetadviezen opleidingen deeltijds beroepssecundair onderwijs (DBSO)

Deze adviezen zijn beschikbaar op de www.vlor.be.


Wie wat waar

  • In de algemene vergadering van IMEC zetelen twee vertegenwoordigers vanuit de hogescholen die industriële opleidingen aanbieden. Als opvolger van Jan Trommelmans (Karel de Grote-Hogeschool) heeft het VLHORA-bestuur Willy Indeherberge (Katholieke Hogeschool Limburg) voorgedragen. De andere VLHORA-vertegenwoordiger is Eric Vingerhoedts (Artesis Hogeschool Antwerpen).
  • De Administratie hoger Onderwijs gaf aan een werkgroep 'titels ter specificatie voor de professioneel gerichte bacheloropleidingen' te installeren. Vanuit de internationale kijk draagt het VLHORA-bestuur Hilde Lauwereys (Katholieke Hogeschool Sint-Lieven),Serge Schroef (Katholieke Hogeschool Zuid-West-Vlaanderen) en Kathleen Van Heule (Hogeschool Gent) voor.
  • De Administratie hoger Onderwijs gaf aan een werkgroep '2%-norm studiegeld buitenlandse studenten' te installeren. Het VLHORA-bestuur vaardigt volgende personen in deze werkgroep af: Sofie Truwant (Hogeschool Gent), Wim Aerts (Hogeschool Sint-Lukas Brussel) en Ingeborg Vandenbulcke (Hogeschool-Universiteit Brussel, EHSAL).
  • Hogeschool Gent en Universiteit Gent ondertekenden een intentieverklaring om een verregaande samenwerking tussen de twee hoger onderwijsinstellingen aan te gaan. Deze intentieverklaring is er om de beslissing van de Vlaamse regering - om de academische opleidingen aan de hogescholen te integreren in de universiteit - optimaal voor te bereiden.
  • Op 1 april 2011 erkende de Vlaams regering volgende nieuwe opleidingen goed:
    • de bachelor-na-bacheloropleiding Ouderencoaching aan de Katholieke Hogeschool Kempen;
    • master Ingeniuerswetenschappen: verkeer, logistiek en intelligentetransportsystemen aan de Katholieke Universiteit Leuven.

Kalender

  • De VLHORA-studiedag 'The Education Highway' vindt plaats op maandag 24 oktober 2011 in het Vlaams Parlement. Noteer deze datum alvast in uw agenda!
  • Debat: 'Ligt het ZUIDEN morgen in het WESTEN?', 26 mei, 17.15 uur, Beursschouwburg, Brussel. Debat over een nieuwe wereld en de toekomst van ontwikkelingssamenwerking. Keynotespreker is Marc Luyckx Ghisi. Georganiseerd door VAIS, VLIR-UOS, VUB CROSSTALKS, VVOB
  • Good practices doorverwijzing NT2, VLOR - 6 en 12 mei 2011, Vlaamse Onderwijsraad, Brussel. Georganiseerd door de VLOR.
  • Workshopcyclus diversiteit in het hoger onderwijs - deel 3: studievaardigheden, 19 mei 2011, Vlaamse Onderwijsraad, Brussel. Georganiseerd door de VLOR.
  • In samenwerking met de Overleggroep Studiefinanciering en de Werkgroep Centen voor Studenten wordt er een vormingspakket aangeboden rond het sociaaljuridische en financiële luik van het studentenstatuut:
    • dinsdagvoormiddag 14 juni 2011: snelcursus personenbelasting met dhr. Maurice De Mey, Docent Fiscale Hogeschool
    • donderdagvoormiddag 25 augustus 2011: snelcursus studietoelagen hoger onderwijs i.s.m. de Afdeling Studietoelagen
    • donderdagvoormiddag 27 oktober 2011: snelcursus sociaal statuut van de student i.s.m. de Overleggroep Studiefinanciering
  • Studiedag Hoger Beroepsonderwijs (HBO5) in het Volwassenenonderwijs, 31 mei 2011, Vlaams Parlement, Brussel. Georganiseerd door de consortia volwassenenonderwijs en de stuurgroep volwassenenonderwijs
  • Nieuwe oproep voor BiR&D: Interdisciplinary Master of ScienceThesisprogramme, oproep voor masteropleidingen in België; deadline is 31 mei 2011. BiR&D - Belgian industrial R&D association - is een associatie van internationale industriële bedrijven met hoofdopdrachten R&D in België (AGC Glass Europe, Alcatel-Lucent, Atlas-Copco, Bekaert, GSK-Bio, Johnson & Johnson, OCAS-ArcelorMittal, P&G, Recticel, Solvay, Total Petrochemicals, UCB and Umicore). Het reglement en de in te vullen formulieren zijn beschikbaar op de BiR&D-website.
  • in- en uitschrijven op de website: info@vlhora.be

Volg ons via:
Contact: Ravensteingalerij 27 bus 3 - 1e verd.    B-1000 Brussel    |    tel. +32(0)2 211 41 95     |    E-mail