Multifactoriële aanpak voor een betere beheersing van Rhizoctonia solani in voederbieten binnen een pathogeengevoelige gewasrotatie
Vanwege beleidsmaatregelen, ziekten en plagen, en het streven naar meer veerkracht in de ruwvoederbevoorrading, zijn rundveehouders op zoek naar een derde teelt. Voederbiet als derde teelt biedt talrijke voordelen in termen van opbrengstpotentieel, voedertechnische aspecten en milieuoverwegingen. Het areaal voederbieten is de laatste twee jaar jaarlijks met ongeveer 8% toegenomen. Deze uitbreiding vindt vaak plaats op bedrijven met een nauwe vruchtwisseling met maïs en gras, wat risico's met zich meebrengt voor de beheersing van de bodempathogeen Rhizoctonia solani.
Er is echter onvoldoende kennis over de exacte populatie van Rhizoctonia solani op deze Vlaamse bedrijven en de impact ervan op verschillende waardplanten. Hierdoor kan het risico en de aanpak niet voldoende worden uitgewerkt. Hoewel er in de literatuur veel beheersmaatregelen worden beschreven, is de praktische toepasbaarheid ervan onder Vlaamse omstandigheden onvoldoende bekend.
Het onderzoeksplan omvat in eerste instantie het verzamelen van isolaten uit de praktijk, gevolgd door karakterisering op basis van astomosegroep en waardplantspecificiteit. Dit heeft tot doel passende vruchtwisselingsscenario's te ontwikkelen. Vervolgens wordt onderzocht welke mogelijke beheersingsstrategieën kunnen worden toegepast. Hierbij wordt gekeken naar de praktische haalbaarheid van groenbedekkers (biofumigatie), biologische controle-organismen via zaaizaadbehandelingen en het tolerantieniveau van voederbietrassen onder laboratorium- en veldomstandigheden. De focus ligt op een benadering zonder het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit biedt mogelijkheden voor de groeiende biologische rundveehouderij.
Het uiteindelijke doel is om een geïntegreerde beheersingsstrategie te ontwikkelen om de druk van Rhizoctonia solani in een gewasgevoelige rotatie te verminderen en de voederbietenteelt op een duurzame manier een plek in de vruchtwisseling te geven.
Er is echter onvoldoende kennis over de exacte populatie van Rhizoctonia solani op deze Vlaamse bedrijven en de impact ervan op verschillende waardplanten. Hierdoor kan het risico en de aanpak niet voldoende worden uitgewerkt. Hoewel er in de literatuur veel beheersmaatregelen worden beschreven, is de praktische toepasbaarheid ervan onder Vlaamse omstandigheden onvoldoende bekend.
Het onderzoeksplan omvat in eerste instantie het verzamelen van isolaten uit de praktijk, gevolgd door karakterisering op basis van astomosegroep en waardplantspecificiteit. Dit heeft tot doel passende vruchtwisselingsscenario's te ontwikkelen. Vervolgens wordt onderzocht welke mogelijke beheersingsstrategieën kunnen worden toegepast. Hierbij wordt gekeken naar de praktische haalbaarheid van groenbedekkers (biofumigatie), biologische controle-organismen via zaaizaadbehandelingen en het tolerantieniveau van voederbietrassen onder laboratorium- en veldomstandigheden. De focus ligt op een benadering zonder het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen. Dit biedt mogelijkheden voor de groeiende biologische rundveehouderij.
Het uiteindelijke doel is om een geïntegreerde beheersingsstrategie te ontwikkelen om de druk van Rhizoctonia solani in een gewasgevoelige rotatie te verminderen en de voederbietenteelt op een duurzame manier een plek in de vruchtwisseling te geven.
Promotor
Joos Latré
Onderzoeker
Eva Wambacq
Hogeschool Gent
01/01/2018 - 31/03/2022
Centrale contactpersoon