Ga verder naar de inhoud

De complexiteit van de zorg voor bewoners in woonzorgcentra (wzc) neemt toe. Waar het voorheen eerder om bewoners met een fysieke kwetsbaarheid ging die een verminderde mobiliteit kenden, zien we nu meer bewoners met complexe medische condities, cognitieve problemen en een psychiatrische kwetsbaarheid. Dit daagt zorgverleners uit in het omgaan met gedrags- en gemoedsveranderingen zoals agressie, angst en depressie (Helvik et al., 2018; Gillis et al., 2023). Hiervoor is het van belang dat er competente zorgverleners zijn die voldoende tijd investeren in holistische zorg (Lund et al., 2024). Zorgverleners in wzc ervaren hun werk als erg betekenisvol, hebben hoge normen voor de zorg die ze verlenen en willen ook persoonsgerichte zorg aanbieden. De huidige werkomstandigheden – met meer complexe zorgnoden en een schaarste aan zorgverleners – en een cultuur waarin basisbehoeften van bewoners genegeerd worden, leiden tot conflict tussen hun normen en de zorg die ze werkelijk bieden (Lund et al., 2024). Om hiermee om te gaan, geven ze de voorkeur aan efficiënte zorg die gefocust is op routinematige fysieke zorgen en het uitvoeren van taken op een snelle en efficiënte manier. Deze benadering verlicht gevoelens van morele stress omdat ze dit wél kunnen bereiken, wat bevredigend is. Emotioneel afstand nemen is een andere gekende coping strategie voor zorgverleners wanneer ze in moreel stressvolle situaties terecht komen en is mede één van de oorzaken van neglect in de zorg voor bewoners in woonzorgcentra. Er is meer en meer evidentie dat aantoont dat basisbehoeften van bewoners in wzc met regelmaat genegeerd worden. Dit geldt niet alleen voor fysieke basiszorgen zoals mondzorg, maar ook voor het omgaan met bewoners met uitdagend of agressief gedrag en met bewoners die nood hebben aan sociale contacten (Lund et al., 2024). Een gebrek aan sociale contacten en een gemis aan verbondenheid versterken gevoelens van eenzaamheid bij bewoners, wat op zich tot depressie kan leiden (Afrashteh et al., 2024). Emotioneel afstand nemen kan dan wel een coping strategie op korte termijn zijn, op lange termijn leidt dit tot schuldgevoelens en emotionele en fysieke stress met verhoogd ziekteverzuim en verloopintentie tot gevolg. Lund and colleagues (2024) beschrijven dat de residentiële ouderenzorg bijgevolg in een negatieve spiraal is terecht gekomen waarbij steeds meer de focus ligt op een zorgverleners gerichte cultuur in plaats van een bewoners gerichte cultuur. En ook al vertrekt deze cultuur vanuit een overlevingsstrategie van zorgverleners en een coping mechanisme in hun omgaan met stress: noch bewoners, noch medewerkers worden hier beter van. 

Dit onderzoeksvoorstel richt zich op het doorbreken van deze negatieve spiraal en wil de zorg voor bewoners én medewerkers weer in evenwicht brengen. 

Het ‘gemiste zorg’ model van Kalisch et al. (2009) beschrijft drie grote elementen die invloed hebben op de kwaliteit van zorg en van leven in wzc: de werkomgeving, de kwaliteit van klinische besluitvorming en de overtuigingen van zorgverleners. In dit onderzoek ligt de focus op de overtuigingen van zorgverleners. Hun keuzes om elementen van zorg voor bewoners uit te voeren, uit te stellen of niet te doen, wordt beïnvloed door vier factoren: de normen in team, de prioriteiten die ze stellen, hun persoonlijke waarden en overtuigingen en hun gewoontes en routines. Elk team heeft een set van normen over aanvaardbaar gedrag bij de teamleden. Deze normen zijn impliciet en worden relatief snel aanvaard door nieuwe teamleden. Zorgverleners nemen beslissingen niet louter individueel, maar ook binnen het sociaal systeem waartoe ze behoren. 

Het voorbije jaar gingen we, met de steun van de Stichting Alzheimer Onderzoek, op zoek naar die normen, de prioriteiten die zorgevrleners in woonzorgcentra stellen, hun gewoontes en hun routines. We zochten inspiratie bij teams die er wél in slagen om samen meer aandacht en tijd voor emotionele steun aan bewoners met dementie te bieden. Dit vormt de basis voor de ontwikkeling van een box met thema’s (de TIMES-route) waarmee we in teams aan de slag willen gaan om hen op een andere manier naar tijd en naar hun keuzes te laten kijken. We willen hun onbewuste processen naar een bewust niveau brengen. Voorbeelden van thema’s zijn;Op welke manieren kan je emotionele steun geven? , Van Probleem naar mogelijkheid, Stilstaan bij prioriteiten die we als team en individu stellen, wanneer schakelen we gespecialiseerde hulp in?  Een eerste versie van de TIMES-route zal inhoudelijk en grafisch ontwikkeld zijn tegen september 2025, de periode waarin de financiering van de Stichting Alzheimer onderzoek afloopt.

Omdat het belangrijk is dat nieuwe en wetenschappelijk onderbouwde tools ook effectief hun weg vinden naar de praktijk, willen we met dit onderzoek de toepasbaarheid of efficacy van de TIMES-route in de praktijk uittesten in vier teams. 

De resultaten van dit onderzoek bieden de nodige informatie om de TIMES-route waar nodig aan te passen en gerichter in te zetten, waardoor de kans op het effectief beïnvloeden van normen, prioriteiten en gewoontes toeneemt.

De hoofdonderzoeksvraag luidt: Wat zijn essentiële voorwaarden om met de TIMES-route aan de slag te gaan en welke inhoudelijke en praktische aanpassingen van de TIMES-route zijn wenselijk om de kans op gedragsverandering (meer aandacht en tijd voor emotioenele steun) bij zorgverleners te vergroten?

Promotor
Melanie Van Bogaert
Odisee, de co-hogeschool
01/09/2025 - 31/08/2026
Centrale contactpersoon
STEPHANIE BEGHEIN

Stefanie Beghein

Odisee - Blikopener contact