BOND - Circular agent
Context
In de Vlaams-Nederlandse grensregio is duurzaam hergebruik van materialen cruciaal voor economische groei en klimaatdoelstellingen. Toch blijft circulariteit laag: slechts 16,3% in Vlaanderen en 25% in Nederland. Hergebruik gebeurt vaak laagwaardig, zoals in funderingsmateriaal of biogasproductie. Bedrijven moeten efficiënter omgaan met grondstoffen, maar stuiten op economische en technische grenzen. Samenwerking tussen bedrijven biedt kansen, vooral voor kleine ondernemingen.
Belangrijkste knelpunten:
Er is nood aan structurele ondersteuning en verbinding tussen bedrijven om circulaire samenwerking te stimuleren. Initiatieven zoals sociaal-circulaire hubs (Vlaanderen) en reststromenmakelaars (Nederland) zijn veelbelovend, maar nog in ontwikkeling.
Doel
Het project ontwikkelt en test een ‘circular agent’: een tussenpersoon die bedrijven in Vlaanderen en Nederland helpt samenwerken aan circulaire economie. De focus ligt op praktische ondersteuning, matchmaking en kennisdeling over sectoren en grenzen heen.
Drie kernactiviteiten:
Methodiek ontwikkelen om bedrijven grens- en sectoroverschrijdend te verbinden.
Uittesten in de praktijk via concrete cases in beide regio’s.
Tools en trainingen optimaliseren om de aanpak breed inzetbaar te maken.
Beoogde resultaten
In dit project neemt AP Hogeschool de leiding voor het uitwerken van praktijktools en trainingen voor lokale en regionale besturen en bedrijventerreinmanagers.
Resultaten
• Een duidelijke afbakening van de rol van de 'circular agent’
• Het aantonen van de maatschappelijke return on investment van een 'circular agent’
• De randvoorwaarden definiëren voor een goede, grensoverstijgende, industriële symbiose aan de hand van een materialenpaspoort
• Het uitwerken van een beslissingskader voor identificeren van de meest opportune cases.
• Het begeleiden van kansrijke casussen waarmee daadwerkelijke industriële symbiose ontstaat:
• Het oppakken van (nieuwe) circulaire businessmodellen
• Het oppakken en begeleiden van een beperkt aantal complexere casussen (minimaal 1 per regio), waarvoor een haalbaarheidsstudie niet volstaat en intensieve begeleiding nodig is.
• Het uitwerken van een business case voor bedrijven: welke winsten zitten er in verschillende materialen, welke investeringen of interne aanpassingen gaan daarmee gepaard? De focus ligt hierbij niet op innovatie, wel op werkbare oplossingen.
• Het borgen van de opgedane kennis en vergroten van de impact door trainingen te geven aan toekomstige ‘circular agents’.
Eva Brodelet