Ga verder naar de inhoud
PROBLEEMSTELLING

De Europese Unie heeft met de Green Deal en Fit-for-55 gekozen om overheden, burgers en bedrijven maximaal te sturen naar duurzamere manieren van produceren en consumeren. De ambitie is om van de EU het eerste klimaatneutrale continent te maken (A European Green Deal, 2021). Een van de maatregelen is de geleidelijke invoering van duurzaamheidsrapportage (Council of the EU, 2022). Deze is nog niet van toepassing voor niet-beursgenoteerde KMO's (beursgenoteerde KMO's zijn zeldzaam in Vlaanderen), maar het kan lonend zijn voor deze bedrijven om proactief op deze verplichting te anticiperen. De zaakvoerder kan zich betrokken voelen bij de noodzaak om bij te dragen aan het beperken van klimaatverandering en het verhogen van duurzaamheid. Ook kan hij/zij het nut inzien om duurzaamheidsrapportage te gebruiken als duurzaam competitief voordeel. Daarnaast kan hij/zij geconfronteerd worden met grotere concurrenten die wel verplicht rapporteren, en klanten kunnen mogelijk de voorkeur geven aan een leverancier met een (goed) duurzaamheidsrapport, waardoor hij/zij niet achter kan blijven.

In de regelgeving, bekend als CSRD (Corporate Sustainability Reporting Directive), voorziet de EU in drie niveaus van rapportage. Scope 1 omvat de emissies die het bedrijf zelf creëert, scope 2 zijn de emissies die ontstaan door de productie van aangekochte energie, en scope 3 zijn de emissies buiten het bedrijf als gevolg van activiteiten in de supply chain. KMO's zullen in het kader van deze scope 3 rapportage hun emissies in kaart moeten brengen om hun klanten de nodige informatie te kunnen verstrekken.

ONDERZOEKSVRAGEN

1) Wat is de impact van de CSRD op KMO's die in eerste instantie niet rechtstreeks betrokken zijn?
2) Hoe kan een eenvoudig instrument bedrijfsleiders van (logistieke) KMO's helpen, anticiperend op verplichte duurzaamheidsrapportage, door proactief een rapportage uit te werken die het (beperkte) management niet overmatig belast?
3) Wat zijn de benodigde onderdelen van een monitoringinstrument?

Het beantwoorden van deze onderzoeksvragen door middel van literatuurstudie en diepte-interviews moet leiden tot het ontwerp van een compact duurzaamheidsmonitoringinstrument voor kleine (logistieke) KMO's dat zal worden getest.

4) Hoe kan zo'n instrument worden ingezet voor een proactief duurzaamheidsbeleid?

Voortbouwend op onderzoeksvraag 1 en 2 zal onderzoeksvraag 4 specifiek kijken naar de ontwikkeling van een handleiding en een communicatiestrategie voor de implementatie van het instrument in het werkveld.

METHODOLOGIE

Enerzijds zal een literatuurstudie worden uitgevoerd die de details van de EU-richtlijnen vertaalt naar concrete toepassingen voor kleine logistieke bedrijven en die best practices van monitoringtools onderzoekt (bijv. Boullauazan et al., 2023). Anderzijds zullen diepte-interviews worden gehouden met belangenorganisaties en experts van de doelgroep om de aandachtspunten van de sector en de managementcompetenties van kleinere KMO's te bepalen. Dit zal leiden tot de ontwikkeling van een compact instrument waarmee de gebruiker een duurzaamheidsrapport kan opstellen en evoluties in de tijd en ruimte kan volgen (benchmarking).

De conceptversie zal worden getest met een kleine groep uit de doelgroep. Het eindresultaat zal samen met vakorganisaties worden getest, evenals de handleiding en communicatiestrategie die het instrument zullen ondersteunen.

Resultaten

Verwachte resultaat

De output zal bestaan uit een compacte duurzaamheidsmonitor met handleiding die aangepast is aan de activiteiten van de kleinere logistieke KMO’s. Dit instrument moet bijdragen aan de (toekomstige) noodzaak voor een duurzaamheidsrapportage.

Het kan ook de bedrijfsleiding helpen evoluties in de tijd en vergelijking met concullega’s te maken en hun decarbonisering en emissiereductie te ondersteunen.
Promotor
Joost Hintjens
Onderzoeker
N. N.
AP Hogeschool Antwerpen
18/09/2023 - 14/09/2025
Centrale contactpersoon
IMG 5726

Eva Brodelet

AP Hogeschool Antwerpen - Blikopener contact