Ga verder naar de inhoud

Hartfalen is een complexe en chronische aandoening met een grote impact op de persoonlijke levens van patiënten en hun familie. Daarnaast is er een wederzijds verband tussen hartfalen en zorgorganisatie. Langs de ene kant stelt de toenemende prevalentie van hartfalen bestaande zorgsystemen voor grote uitdagingen. Aan de andere kant beïnvloed diezelfde zorgorganisatie de manier waarop de hartfalenzorg georganiseerd wordt. Om de hartfalenzorg zo goed mogelijk te organiseren heeft de European Society of Cardiology (ESC) in haar richtlijnen voor de diagnose en behandeling van acuut en chronisch hartdalen (2016) aandacht voor zorgorganisatie. 
De manier waarop de zorg voor hartfalenpatiënten georganiseerd wordt, is sterk afhankelijk van de nationale zorgorganisatie en de rollen die de verschillende actoren toegekend worden waardoor richtlijnen niet altijd gevolgd (kunnen) worden. 
Daarom wordt de INTERACT-in-HF studie (Improving kNowledge To Efficaciouislly RAise level of Contemporaty Treatement in Heart Failure), uitgevoerd in opdracht van het MUMC om de organisatie van de non-farmacologische en multidisciplinaire zorg in kader van hartfalen in kaart te brengen in drie naburige Europese regio’s. Deze studie is het onderwerp van een doctoraatonsonderzoek.
 

Resultaten

Deliverables
2.1 Exploratie van de organisatie van Hartfalenzorg in België, Nederland en Duitsland.
2.1.1 Door middel van literatuurstudie een overzicht creëren hoe de zorg volgens de vigerende richtlijnen georganiseerd moet worden.
2.1.2 In kaart brengen hoe de zorg in realiteit georganiseerd wordt en wie wat doet
2.1.3 Exploratie van de zorgervaring bij alle betrokkenen (Huisarts, Cardioloog, Hartfalenverpleegkundige)
2.2 Via een mixed methods onderzoeksdesign wordt duidelijk in welke mate zorgverleners binnen Europa deze vigerende richtlijnen kennen en gebruiken.
2.3 Patiënten educatie en zelfzorgondersteuning als belangrijk onderdeel van de niet-medicamenteuze behandeling van patiënten met hartfalen.
2.3.1 Door middel van literatuurstudie een overzicht schetsen van de vigerende richtlijnen in relatie tot patiënten educatie
2.3.2 Via semi-gestructureerde interviews wordt duidelijk wie de rol van patiënten educator op zich neemt.
2.3.3 Analyse van patiënten kennis en mogelijke hiaten in deze kennis na patiënten educatie
2.4 Via case-study onderzoek exploreren in welke mate de curricula van de vervolgopleiding hartfalen voor verpleegkundigen in België, Nederland en Duitsland conform met het Europees curriculum zijn
2.5 Identificatie van potentiële verschillen in profielen van hartfalenverpleegkundigen actief in de drie onderzochte regio’s.
2.5.1 Identificatie van potentiële verschillen in leeftijd, geslacht en opleidingsniveau
2.5.2 Het verband tussen het al dan niet volgen van een vervolgopleiding en het kennen en toepassen van richtlijnen in het kader van patiënten educatie specificeren.
2.5.3 Identificatie van potentiële andere beïnvloedende factoren voor het al dan niet toepassen van richtlijnen in het kader van patiënten-educatie.
Promotor
Sofie Verhaegen
Onderzoeker
Karolien Baldewijns
Thomas More Hogeschool
01/09/2017 - 31/08/2023
Centrale contactpersoon
CAROLINE ROBERT

Caroline Robert

Thomas More - Blikopener contact