PWO RBV De invloed van executieve functies en andere cognitieve factoren op de leesontwikkeling in de schooltaal van meertalige kinderen.
Situering: Recent onderzoek bij eentalige kinderen toont aan dat executieve functies een belangrijke invloed hebben op de ontluikende geletterdheid en de verdere leesontwikkeling. Gegeven dat het aantal meertalige kinderen binnen het Nederlandstalig onderwijs in de voorbije jaren sterk is gegroeid, is er een nood om na te gaan in hoeverre dit ook geldt voor deze doelgroep en welke factoren dus bijdragen aan een vlotte leesontwikkeling in de schooltaal.
Doelstelling: Dit longitudinaal onderzoek wil inzicht verwerven in de invloed van executieve functies (inhibitie, flexibiliteit & werkgeheugen) op de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid (o.m. fonologische vaardigheden) en aanvankelijk lezen bij meertalige kinderen in Nederlandstalige scholen in Vlaanderen. De verworven inzichten moeten vooreerst resulteren in praktische aanbevelingen voor de onderwijspraktijk. Daarnaast moeten deze inzichten de kennis van professionelen binnen de klinische praktijk verhogen ten aanzien van mogelijke risicosignalen. Tenslotte moeten de verworven inzichten handvatten aanreiken aan de primaire leefomgeving van meertalige kinderen in het stimuleren en ondersteunen van voorschoolse vaardigheden die bijdragen aan een vlotte leesstart in de schooltaal.
Hoofdonderzoeksvragen: Onderzoeksvraag 1: Is er een verband tussen executieve functies en de ontwikkeling van ontluikende geletterdheid en aanvankelijk lezen in de schooltaal bij meertalige kinderen? Onderzoeksvraag 2: Is er een verschil in executieve vaardigheden en fonologische vaardigheden tussen meertalige en eentalige kinderen? Onderzoeksvraag 3: Hebben één of meer cognitieve vaardigheden (executieve en/of fonologische) gemeten in de derde kleuterklas een voorspellende waarde ten aanzien van de leesprestaties van meertalige kinderen in het tweede leerjaar?
Methodiek/werkplan: Vanuit een longitudinaal onderzoeksdesign zullen meertalige kinderen op 3 vaste meetmomenten (derde kleuterklas, eerste leerjaar, tweede leerjaar) onderzocht worden op vlak van executieve vaardigheden, fonologische vaardigheden, leesvaardigheden en mondelinge taalvaardigheden in de moedertaal en de schooltaal. Dit laat vooreerst toe de onderlinge relatie tussen deze vaardigheden op verschillende tijdstippen in kaart te brengen. Daarnaast kan de evolutie van deze vaardigheden (en eventuele verschuivende relaties) in kaart gebracht worden wat ons na het laatste meetmoment ook toelaat om eventuele voorspellers ten aanzien van leesprestaties te identificeren bij deze doelgroep. Door de methodiek parallel te maken aan de methodiek van een lopend grootschalig onderzoek binnen KU Leuven, kunnen we bovendien de tijdsgebonden prestaties alsook de evolutie van meertalige kinderen vergelijken met deze van een eentalige proefgroep.
Resultaten