Ga verder naar de inhoud

STUDIE OVER WERKLAST VAN MAATSCHAPPELIJK WERKERS: VERVOLGSTUDIE

Het algemene doel van de studie is het ontwikkelen van strategieën en inhoudelijke voorstellen die bijdragen aan een vermindering van de administratieve werklast in OCMW’s, met behoud van rechtszekerheid, transparantie en kwaliteit van hulpverlening.

Het onderzoek vertrekt daarbij vanuit de voorlopige bevindingen van het lopende BELSPO-project, dat aantoont hoe administratieve belasting zowel de tijdsbesteding, motivatie en professionele ruimte van maatschappelijk werkers als de toegankelijkheid, duidelijkheid en ervaren rechtvaardigheid voor cliënten beïnvloedt.

In dit vervolgonderzoek wordt de dubbele ervaring van administratie — als noodzakelijke ordening én als bron van druk — verder onderzocht binnen de vijf steunvormen: (1) leefloon en equivalent leefloon, (2) installatiepremie, (3) financiële steun in de vorm van een energiesteun, (4) GPMI en (5) dringende medische hulp.

De studie wil zo empirische en analytische inzichten koppelen aan praktijkgerichte voorstellen voor vereenvoudiging, die de federale overheid kunnen inspireren bij de ontwikkeling van concrete proeftuinen en hervormingstrajecten in een volgende fase.

De specifieke doelstellingen zijn:

  1. Analyse en verdieping: de administratieve keten binnen elk van de vijf steunvormen systematisch in kaart brengen en koppelen aan de relevante analysekaders uit het lopende BELSPO-onderzoek. Voor elk proces wordt bv. nagegaan welke functies de administratieve stappen vervullen (zoals rechtsbescherming, verantwoording, controle of emancipatie) en welk type druk ze daarbij veroorzaken voor maatschappelijk werkers en cliënten. Deze analyse biedt een onderbouwd overzicht van waar de zwaarte in de administratie zich situeert en vormt de basis voor gerichte beleidsafwegingen over mogelijke vereenvoudigingen of hervormingen.

  2. Interpretatie en verklaring: de belangrijkste factoren identificeren die leiden tot administratieve belasting of overbelasting, en die verklaren waarom bepaalde functies of types druk sterker optreden in sommige steunvormen of OCMW-contexten dan in andere. De resultaten van deze fase helpen de opdrachtgevers om te onderscheiden waar vereenvoudiging mogelijk is zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke functies van administratie.

  3. Synthese en typologie: op basis van deze analyse een typologie van verbeterstrategieën ontwikkelen die rekening houdt met de aard van de administratieve druk en de niveaus waarop ze optreedt (regelgevend, organisatorisch, uitvoerend).

  4. Ontwerp van verbeterstrategieën: de ontwikkelde strategieën vertalen in voorstellen voor proeftuinconcepten, die de federale overheid later kan opnemen, verfijnen en operationaliseren in samenwerking met de betrokken OCMW’s, maatschappelijk werkers en cliënten.

  5. Beleidsvertaling: op basis van de onderzoeksresultaten aanbevelingen formuleren die de federale overheid en lokale besturen ondersteunen bij het realiseren van een beter evenwicht tussen rechtszekerheid, menselijkheid en werkbaarheid voor alle betrokken actoren.


 [KV1]Zie tweede resultaat uit bestek: “Er dient hiernaast tevens een voldoende zicht te worden geboden op de administratieve werklast van de maatschappelijk assistenten, uitgedrukt in VTE, en opgesplitst per procedure en per categorie van (potentieel) begunstigden. Hierbij kunnen variabelen worden aangeduid die hierop een positieve of negatieve impact hebben (bv. gebruik REMI-tool, inzet andere profielen...)”

Misschien kunnen we een paar voorbeelden geven van wat zulke factoren evt. zijn, aansluitend bij het verwachte resultaat?  

 [MD2]Ok, verwerkt in WP 1 en 2

Promotor
Kaat Van Acker
Onderzoeker
Erik Claes,
Marjolijn De Wilde,
Valérie Desomer
Odisee, de co-hogeschool
19/12/2025 - 18/11/2026
Centrale contactpersoon
STEPHANIE BEGHEIN

Stefanie Beghein

Odisee - Blikopener contact