Ga verder naar de inhoud

De eiwitshift: van dierlijke naar plantaardige eiwitten

Om het brede publiek aan te zetten meer plantaardig te eten, is de jongste jaren een heel gamma plantaardige vleesvervangers op de markt gekomen, van sojasteaks over vegan spekblokjes en gehakt tot kaas- en peulvruchtenburgers. Maar hoe gezond zijn die vleesvervangers eigenlijk? Hoe beleeft de consument ze en hoe kunnen we plantaardige voeding nóg aantrekkelijker maken? Dat onderzoekt Evelien Mertens binnen de opleiding voedings- en dieetkunde aan de Erasmushogeschool.

Tekst: Katrien Verreyken

EHB SPRKMKR DSC7023
Evelien heeft ons erg geholpen om een eiwitgehalte toe te kennen aan die grote en groeiende groep vleesvervangers in ons monitoringsinstrument.”
EHB KRISTOF RUBENS
Kristof Rubens
Departement Omgeving

Het voedingspatroon van de gemiddelde Belg bevat zo’n 60% dierlijke eiwitten en 40% plantaardige. Veel mensen beschouwen plantaardige eiwitten nog altijd als minderwaardig, hoewel ze veel voordelen bieden voor de menselijke én de planetaire gezondheid. Binnen de opleidingen voedings- en dieetkunde en biomedische laboratoriumtechnologie zet de Erasmushogeschool in Brussel zich daarom op diverse manieren in voor de ‘eiwitshift’.

Het doel: de verhouding tussen dierlijke en plantaardige eiwitten shiften naar een verhouding die beter is voor onszelf en onze planeet. Dat doen ze onder meer door onderzoek naar de nutritionele samenstelling van vleesvervangers, naar hoe aantrekkelijk deze producten zijn voor de consument en naar technieken om het huidige aanbod aantrekkelijker en gezonder te maken.

“Ondertussen weten we dat plantaardige eiwitten op quasi alle vlakken beter en gezonder zijn dan dierlijke eiwitten, maar het blijft moeilijk om iedereen daarvan te overtuigen”, ontdekte onderzoeker Evelien Mertens. “Verandering gaat helaas niet zo gemakkelijk. Mensen zijn nu eenmaal opgegroeid met vlees en staan erg sceptisch tegenover vleesvervangers, terwijl ze er eigenlijk heel weinig kennis over hebben. Mensen geloven graag wat ze willen geloven, en dat maakt het moeilijk.”

Veggie gehakt beste koop
Nochtans scoren de huidige vleesvervangers op de markt absoluut niet slecht: “We deden onlangs een grote studie waarin we 520 kant-en-klare vleesvervangers in 13 categorieën hebben verdeeld en hebben getoetst op aanwezige eiwitten, (verzadigde) vetten en zout”, vertelt Evelien. “Daarmee dekten we naar schatting ongeveer 95% van het gamma in de Belgische supermarkten af.

Uit de analyses bleek dat veggie en vegan gehakt en stukjes, reepjes of blokjes nutritioneel gezien het best scoorden. Burgers op basis van peulvruchten bevatten gemiddeld iets te weinig eiwitten, maar dat is eigenlijk logisch omdat daar de peulvruchten in hun geheel worden gebruikt en niet in geconcentreerde vorm. Kaasburgers/schnitzels, noten- en zadenburgers en de veggie/vegan worsten bevatten dan weer wat te veel vet in vergelijking met de normwaarden van 10 gram per 100 gram. Het verzadigde vetgehalte was bij elke categorie wél gemiddeld lager dan de norm van 5 gram per 100 gram, net als het zoutgehalte.”

Om te beoordelen of vleesvervangers een gezondere keuze zijn, moet je ze eigenlijk vergelijken met het vleesproduct dat ze vervangen: “Daarom voegden we 625 vleesproducten toe aan onze dataset”, aldus Evelien. “Per productcategorie werd dan de vergelijking gemaakt tussen het dierlijke product en het plantaardige alternatief.

Die resultaten toonden aan dat veggie/vegan gehakt en spek qua voedingswaarden véél beter scoren dan hun dierlijke tegenhangers. De kant-en-klare vleesalternatieven deden het goed qua eiwitgehalte, scoorden gunstiger op verzadigd vetgehalte en bevatten veel meer voedingsvezels.”

Veel kant-en-klare vleesalternatieven bevatten meer eiwitten en minder verzadigd vet en álle vleesalternatieven bevatten veel meer voedingsvezels dan hun dierlijke tegenhangers.”
EHB EVELIEN MERTENS DSC7114
Evelien Mertens
Erasmushogeschool Brussel

Gen Z
“In vervolgonderzoek willen we graag kijken naar de perceptie van de consument over die vegetarische en veganistische producten”, licht Evelien toe. “Wat vindt de consument van de smaak, de textuur, de geur, de kleur? Wat moet er allemaal op de verpakking staan? Met die informatie kunnen we de producenten ondersteunen in het aanbieden van producten die ook écht gewild zijn.”


In dit onderzoek richt de Erasmushogeschool zich specifiek op Generatie Z: “We mikken op scholieren van het tweede tot het zesde middelbaar. We zien bij die jongere generatie meer bewustzijn over klimaatverandering, en ze hebben ook voldoende digitale kennis om zich objectief te informeren over onze planeet en onze gezondheid. Veel jongeren staan bovendien kritisch tegenover de maatschappij en willen meewerken aan oplossingen. We merken bij onze studenten dat gezonde en milieuverantwoorde voeding een belangrijk thema is. Sommigen volgen specifiek onze opleiding om als plantaardig diëtist af te studeren en die gedragsverandering naar meer plantaardige voedingskeuzes te helpen versnellen.”

Sporters, ouderen en kinderen
De fitnesscultuur zit in de lift, maar er bestaat de misvatting dat plantaardige eiwitten nadelig zouden zijn voor spieropbouw. Dat klopt volgens Evelien absoluut niet: “Een meer plantaardig voedingspatroon dat goed gebalanceerd is qua voedingsstoffen, heeft zeker geen negatief effect op je sportprestaties of spiermassa. Almaar meer studies laten zien dat sporters prima prestaties kunnen leveren op een voedingspatroon met plantaardige eiwitten. Bovendien bevatten plantaardige eiwitbronnen meer voedingsvezels, antioxidanten, bepaalde vitamines en mineralen, en meestal ook minder verzadigd vet.”

En wat met bezorgdheden over een meer plantaardig voedingspatroon bij ouderen en kinderen? “België is één van de enige landen waar de Hoge Gezondheidsraad wat voorzichtiger is bij het aanraden van een vegetarische levensstijl bij kinderen”, weet Evelien. “Ze raden het niet af, maar raden het ook niet aan. Wel spijtig, want uit studies blijkt dat plantaardige eiwitbronnen zorgen voor een perfecte groei en ontwikkeling bij kinderen. Optimale spieropbouw vereist een dagelijkse eiwitinname van minstens 1,6 gram per kilogram lichaamsgewicht, maar het maakt niet uit of we plantaardige of dierlijke eiwitten innemen. Uit onderzoek blijkt zelfs dat plantaardige eiwitten voordelen opleveren voor oudere mensen met ondervoeding door de extra voedingsvezels en antioxidanten. Die hebben een gunstig effect op ontstekingen en malnutritie.”

Voor haar onderzoek werkte Evelien samen met onder meer Kristof Rubens van het Vlaamse Departement Omgeving, die een van de trekkers is van de ‘Green Deal Eitwitshift op ons Bord’. “We verenigen spelers uit het hele voedingssysteem – producenten, retailers, cateraars, ngo’s, kennisinstellingen, lokale besturen,… – om de verhouding tussen planten en dieren in ons voedingspatroon te verbeteren”, licht Kristof toe. “We waren héél blij met het onderzoek van de Erasmushogeschool om een aantal redenen. Niet alleen kunnen zij hierover communiceren naar hun studenten – een grote en interessante populatie die wij niet zomaar bereiken –, maar ze hebben ons ook erg geholpen om een eiwitgehalte toe te kennen aan die grote en groeiende groep vleesvervangers in ons monitoringinstrument.

We brengen in kaart welke producten de Vlaming allemaal eet en hoe vaak, om vinger aan de pols te houden hoe de eiwitshift evolueert. We hebben daar natuurlijk een correcte inschatting van het eiwitgehalte voor nodig. Voor dat hele gamma aan vleesvervangers hadden we nog geen goede gegevens en daar kwamen de data van Evelien als geroepen. Daarnaast is het belangrijk om op een wetenschappelijke manier in kaart te brengen wat de voedingswaarde van al die vleesvervangers is. Zo kunnen we ook heel wat misvattingen uit de wereld helpen en zorgen voor een gezondere eiwitshift.”

Kristof zou met de kennis over de huidige vleesvervangers graag de voedingsdriehoek steviger willen onderbouwen. “We hebben nu erg relevante Belgische data, die moeten we inzetten om duidelijkheid te scheppen over sterk bewerkte producten, een voedselcategorie waar heel wat misvattingen rond bestaat. Daarnaast zijn we volop bezig met het ‘halfhalf’-concept.

Een complex woord als ‘eiwitshift’ resoneert moeilijk bij de gemiddelde burger en die 40-60 percentages zeggen hem ook weinig. Maar kiezen voor halfhalf en dus de helft van de week een plantaardige maaltijd kiezen, is wél eenvoudig te begrijpen. Zo willen we een nieuwe sociale norm stimuleren bij de Vlaming. Van de occasionele Donderdag Veggiedag naar ‘halfhalf’!

CONTACTNAME

Getriggerd door dit onderzoek?

Voel jij je geïnspireerd door dit spraakmakende artikel? Wil jij of jouw organisatie een stap zetten in een innovatieproces waarbij je ondersteuning kan gebruiken? Neem dan vandaag nog contact op met een Vlaamse hogeschool via bet Blikopener . Wij volgen zo spoedig mogelijk op en zetten het één en ander in beweging. Doen!

Meer weten?

TM Onderzoek

Kennis delen

Onderzoekers die ook les geven, praten met hun studenten meteen over hun ervaringen. Dat is een grote meerwaarde. Uit onderzoek halen de verschillende partijen voordeel: de bedrijven die op de eerste lijn staan tijdens het onderzoek, de hele sector, de studenten die de informatie uit eerste hand krijgen en de studenten die in latere jaren volgen en de cases in hun curriculum krijgen.

Hier wil ik meer over weter!
Spraakmakers overview

Nog spraakmakers?

Smaakt dit interview naar meer? Is je honger naar kennis niet te stillen? Wil je weten hoe andere onderzoekers en bedrijven hebben samengewerkt om innovatieve ideeën om te zetten naar impactvolle projecten?

Andere straffe projecten
PUBLICATIE IMPACT N03

IMPACT Voedsel & Water

Met deze uitgave willen de Vlaamse hogescholen graag een aantal projecten in de kijker zetten. Zo kom je het wat en hoe te weten, en ontdek je de impact van ons innoverend hoger onderwijs. Het is de bedoeling jou als lezer, te inspireren en te laten nadenken over hoe een hogeschool jouw organisatie of onderneming kan helpen om de volgende stap te nemen in jouw innovatieproces.

Download hier het magazine
VLAIO Vlaamsehogescholenraad v4