De meeste sportapps zijn gericht op jonge mensen
MIA - Meer In Actie – is een innovatieve health app voor de promotie van fysieke activiteit en een gezonde levensstijl bij mensen boven de 65 jaar. Hogeschool PXL streeft er op die manier naar om een toegankelijke online omgeving te creëren waarin 65-plussers zich gemotiveerd en ondersteund voelen om actief te blijven. Mark Coolen is alvast grote fan van MIA.
Tekst: Katrien Verreyken
Kim Daniels en haar team van PXL stelden in de coronaperiode vast dat de doelgroep van de 65-plussers die het meest kwetsbaar was, ook de groep was die het minst bewoog. “Nochtans toont onderzoek aan dat weinig bewegen schadelijker is dan roken, en dat beweging een vertragende factor kan zijn in het krijgen van dementie”, aldus Kim.

“Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zouden we per week gemiddeld 150 minuten matig tot intensief moeten bewegen en tot twee maal per week krachtoefeningen moeten doen. Zo ontstond het idee om iets voor deze doelgroep te maken wat hen in staat zou stellen tóch te bewegen, zonder therapeut of fitnesscentrum in de buurt. De eerste stap was een behoefteonderzoek waarbij we met enquêtes en diepte-interviews 250 ouderen bevroegen om inzicht te krijgen in hun wensen, hun technologische vaardigheden en de obstakels op weg naar een actievere levensstijl.
We dachten aanvankelijk bij iets als de Nederlandse BeweegTV uit te komen, of een communitygroep of Facebook, maar de conclusie was toch dat een gepersonaliseerde app op maat van de doelgroep het meeste kans op slagen had. 65-plussers staan echt wel open voor technologie, zo bleek, en zijn vooral bereid om te leren. Daarop hebben we twee workshops georganiseerd waarin ouderen, samen met experts in gerontologie, fysieke gezondheid en UX-design, bijeenkwamen om de app te ontwerpen en verfijnen. Na die ontwerpfase hebben we een prototype ontwikkeld en een haalbaarheidsstudie uitgevoerd bij dertig ouderen.”
Ik hoop dat PXL voor de promotie van de app kan samenwerken met ziekenfondsen, de gezinsbond of organisaties die met gezondheid, sport of preventie bezig zijn.”
Workout-video’s met 65-plussers
En wat bleek? De app toonde zich zéér gebruiksvriendelijk en de bereidheid om de app te blijven gebruiken, was hoog. “De app bevat een aantal kernfunctionaliteiten”, licht Kim toe, “waaronder de ‘Dagelijkse Motivators’ – inspirerende tips om gebruikers dagelijks te motiveren -, en 195 workout-video’s met leeftijdsgenoten. Dat bestond nog nergens, terwijl het wél belangrijk is dat je je kan identificeren met de mensen in de video’s om te blijven sporten. We hebben ook een ‘community kalender’ toegevoegd, met een overzicht van evenementen en activiteiten in de buurt, om de sociale cohesie te bevorderen.
Uit de behoefteanalyse kwam immers dat onze doelgroep het gevoel wilde hebben deel uit te maken van een grotere groep en in contact wilde komen met gelijkgestemden.”
De MIA-app bevat ook nog educatieve content over beweging, sociaal welzijn, mentaal welzijn, slaap, voeding en valrisico, én een Persoonlijke Progressietracker waar ze hun individuele vooruitgang kunnen volgen en inzicht kunnen krijgen in hun prestaties. “Dat tracken was ook écht een vraag van de doelgroep”, aldus Kim. “Ze haken immers snel af als ze geen vooruitgang zien in hun activiteiten. En ten slotte kan onze ‘virtuele coach’ hen ook motiveren. Als ze vragen stellen aan de chatbot, komen ze bij onze onderzoekers terecht die hen gericht proberen te antwoorden.”
De MIA-app bevat 195 workout-video’s met 65-plussers. Dat bestond nog nergens, terwijl het wél belangrijk is dat je je kan identificeren met leeftijdsgenoten.”
Aanpassen aan je mood
De MIA-app is uniek door zijn sterke focus op de doelgroep en de persoonlijke aanpak, en is gebaseerd op wetenschappelijke theorieën over motivatie, zoals de zelfdeterminatie- en zelfidentificatietheorie. “Die theorieën benadrukken het belang van keuzevrijheid en persoonlijke verantwoordelijkheid”, vertelt Kim. “Gebruikers kunnen daarom hun eigen bewegingsplan volledig zelf samenstellen, en een slim algoritme in de app past de moeilijkheidsgraad van de oefeningen aan op basis van feedback van de gebruiker. Aan het begin van de dag moeten ze bijvoorbeeld antwoorden op de vraag ‘hoe voel je je vandaag?’. Gaat het niet zo bijster goed, dan krijgen ook niet al te moeilijke oefeningen die dag.”
Op eigen tempo
Senior Mark Coolen, een van de deelnemers die de app meer dan zes maanden na de studie nog regelmatig gebruiken, is alvast fan: “Ik denk dat de MIA-app heel interessant is voor mensen die nog niet veel ervaring hebben met beweegapps en die ook nog niet zo thuis zijn in die digitale wereld. De app is immers heel gebruiksvriendeijk. De oefeningen beginnen heel laagdrempelig, worden goed uitgelegd en opgevolgd. Je kan een aantal niveaus qua oefeningen instellen, met telkens een filmpje erbij. En je kan het vooral op je eigen tempo doen. ‘t Is leuk dat die filmpjes met leeftijdsgenoten zijn, en de filmpjes met kleinkinderen erbij zijn ook plezant, en zeker een meerwaarde. Ik hoop dat PXL voor de promotie van de app kan samenwerken met ziekenfondsen, de gezinsbond of organisaties die met gezondheid, sport of preventie bezig zijn, zodat de app breed kan gebruikt worden.”
Meer ouderen actief
Het MIA-project loopt nu drie jaar, met hierna nog twee jaar te gaan. Het is het resultaat van het harde werk van vele betrokkenen en tevens het doctoraatstraject van Kim zelf. Het project volgt de stappen van het ‘design thinking’. “We zijn momenteel bezig met een digitale fenotyperingsstudie waarbij we het beweeggedrag van 200 ouderen onderzoeken en types ‘bewegers’ willen opstellen”, legt Kim uit. “We willen weten wanneer 65-plussers actief zijn en waar dat allemaal vanaf hangt. Wanneer hebben ze zin om te bewegen? Waar zit hun motivatie? Het heeft immers geen zin om een ochtendmens ‘s avonds pushberichten te sturen om te gaan bewegen. We hebben al zo’n 100 mensen getest en de voortgang is veelbelovend.
Als laatste stap in ons onderzoek zullen we een gerandomiseerde gecontroleerde trial (RCT) uitvoeren om de effectiviteit van de app te testen op het fysieke, cognitieve en mentale welzijn van onze doelgroep. Ook zullen we onderzoeken hoe we deze technologie duurzaam kunnen implementeren. Ons ultieme doel? Meer oudere volwassenen actief te krijgen en te houden.”
Meer weten?
Kennis delen
Onderzoekers die ook les geven, praten met hun studenten meteen over hun ervaringen. Dat is een grote meerwaarde. Uit onderzoek halen de verschillende partijen voordeel: de bedrijven die op de eerste lijn staan tijdens het onderzoek, de hele sector, de studenten die de informatie uit eerste hand krijgen en de studenten die in latere jaren volgen en de cases in hun curriculum krijgen.
Nog spraakmakers?
Smaakt dit interview naar meer? Is je honger naar kennis niet te stillen? Wil je weten hoe andere onderzoekers en bedrijven hebben samengewerkt om innovatieve ideeën om te zetten naar impactvolle projecten?
IMPACT Welzijn & Zorg
Met deze uitgave willen de Vlaamse hogescholen graag een aantal projecten in de kijker zetten. Zo kom je het wat en hoe te weten, en ontdek je de impact van ons innoverend hoger onderwijs. Het is de bedoeling jou als lezer, te inspireren en te laten nadenken over hoe een hogeschool jouw organisatie of onderneming kan helpen om de volgende stap te nemen in jouw innovatieproces.