Hoe de gele erwt een lokale eiwitketen in Vlaanderen aanzwengelt.
Vlaanderen wil zijn afhankelijkheid van dierlijke eiwitten verminderen en zich profileren als voortrekker in duurzame, plantaardige eiwitproductie. In dit streven neemt de gele erwt een verrassend centrale plaats in. Het PeaPact-project, geïnitieerd door onder meer HOGENT en uitgevoerd met landbouwers, verwerkers en onderzoekers, wil de volledige keten – van veld tot vork – lokaal uitbouwen. Maar hoe haalbaar is dat? En wat zijn de obstakels voor landbouwers? We spreken met Joos Latré, hoofdlector landbouw aan HOGENT en landbouwer Karel Dewaele, partners in een project om de gele erwt een plek te geven in de Vlaamse eiwitketen.
Tekst: Hannes Dedeurwaerder
De eiwitshift is meer dan een modewoord.
De verschuiving van dierlijke naar plantaardige eiwitten is volgens onderzoeker Joos Latré zelfs een absolute noodzaak: “Vandaag komt 60% van onze eiwitten uit dierlijke bronnen en 40% uit plantaardige. De bedoeling is die verhouding om te keren. Alleen komen niet zomaar alle gewassen in aanmerking. Exotische varianten zoals soja of kikkererwt hebben weliswaar hun verdiensten – onder meer het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek doet er onderzoek naar – maar teelttechnisch zijn er wel nog een aantal uitdagingen. Gewassen als gele erwten en veldbonen hebben hier altijd al gegroeid, dus waarom niet van bij de start inzetten op wat wél werkt in ons klimaat?
In het project werkte men samen met La Vie est Belle, een kleinere, biologische producent van o.a. meer falafels. “La Vie est Belle zag het volledig zitten om lokaal geteelde gele erwten van Karel af te nemen,” vertelt Latré. “Technisch stond hun falafelproduct op punt. De ondervinding leerde dat de markt dit samenwerkingsproject prima vond; iets wat in een korte keten nu al dikwijls krachtig werkt. Maar in deze middelgrote keten is het nog steeds een uitdaging. We missen hier overtuigende connectie om met alle spelers in de keten onze boodschap gezamenlijk over te brengen. Er blijft werk aan de winkel om deze duurzame innovatie in ruimere verkoopkanalen te doen landen. Rome is ook niet in één dag gebouwd.
Het was interessant om niet alleen teelttechnisch ondersteund te worden, maar ook om met onderzoekers en verwerkers rond de tafel te zitten."
Een gewas met potentieel én risico’s
Voor landbouwer Karel Dewaele bood het project heel wat potentieel. “Het was interessant om niet alleen teelttechnisch ondersteund te worden, maar ook om met onderzoekers en verwerkers rond de tafel te zitten,” vertelt hij. “De gele erwt past goed in mijn biologisch teeltsysteem, zeker in mengteelt met haver. Als de erwt het minder goed doet, compenseert het graan. En andersom.”
De teelt van gele erwten is echter niet zonder uitdagingen. “Het is een gewas met meer risico dan tarwe,” bevestigt Latré. “Vogelvraat, ziektes zoals anthracnose in winterteelt, en wisselende opbrengsten maken het onvoorspelbaar.” Daarom ontwikkelde het project een app – de eiwittool – waarmee landbouwers hun kostprijs kunnen berekenen. “Zo kunnen ze beter onderhandelen over een eerlijke prijs,” benadrukt Karel.
Karel is blij met die ondersteuning, maar ziet dat het probleem elders ligt: “De bottleneck zit bij de verwerking. La Vie est Belle wou mij een eerlijke prijs geven, maar verder in de keten stokte het. Terwijl de prijs die een landbouwer vraagt vaak maar een fractie uitmaakt van de uiteindelijke consumentenprijs.”
Van veld naar markt: waar knelt het?
Volgens Latré ligt het probleem niet in de productiecapaciteit. “We kunnen in Vlaanderen genoeg erwten telen. Het probleem is: wat is lokaal voor de grote spelers? Voor hen is Frankrijk of Duitsland ook ‘nabij’. Dus waarom zouden ze hier duurder inkopen?” Hij wijst op het voorbeeld van Nederland, waar boeren zich groeperen als ‘eiwitboeren’ en samen sterker staan in prijsonderhandelingen.
De Vlaamse landbouwers missen die coöperatieve slagkracht, zegt Latré: “We hebben het in sectoren zoals melk en suiker, maar niet voor eiwitgewassen”. Misschien is dat iets waar we naartoe moeten, en dit naast erwten ook voor gewassen zoals veldbonen.”
Vandaag komt 60 procent van onze eiwitten uit dierlijke bronnen en 40 procent uit plantaardige. De bedoeling is die verhouding om te keren"
De toekomst van de gele erwt
Toch is er hoop. Er zijn al producten op de markt met erwteneiwit – van burgers tot plantaardige melk. De vraag is er dus. “Het zit hem in de prijs,” stelt Latré. “Als die voor de landbouwer niet klopt, kan de teelt niet rendabel zijn. Zeker niet in bio.” Karel bevestigt: “Mijn erwtenteelt was kwalitatief uitstekend, maar er is momenteel geen biospeler die mijn prijs wil betalen. Terwijl die prijs net het verschil kan maken. Voor de consument zou dat maar een minieme meerkost betekenen. Voor mij is het het verschil tussen doorgaan of stoppen.”
Ketens bouwen kost tijd én vertrouwen
Het PeaPact-project heeft bewezen dat lokale teelt van gele erwten in Vlaanderen mogelijk is – technisch, agronomisch en zelfs commercieel. Maar het succes hangt af van meer dan een goede oogst. Er zijn eerlijke prijzen nodig, samenwerking tussen ketenpartners, en vooral vertrouwen. De Vlaamse overheid biedt al ondersteuning via ecoregelingen, maar Latré blijft voorzichtig: “Subsidies mogen niet de motor zijn. We willen een keten die op eigen benen kan staan.” Ondertussen loopt het vervolgproject Peapact² waarbij gekeken wordt naar opschalingsmogelijkheden.
Conclusie?
De gele erwt heeft absoluut het potentieel om een Vlaamse eiwittopper te worden waarbij lokaal geteelde exotische varianten als soja en kikkererwten eerder bepaalde niches kunnen gaan opvullen. Maar dan moeten onderzoekers, landbouwers, distributeurs en voedingsproducenten blijven investeren in samenwerking, marktconforme prijzen en eerlijke verloning – hopelijk ondersteund door een regulerende overheid. Alleen zo kunnen we naar een toekomst waarin plantaardige eiwitten de plaats innemen van dierlijke eiwitten.

Getriggerd door dit onderzoek?
Voel jij je geïnspireerd door dit spraakmakende artikel? Wil jij of jouw organisatie een stap zetten in een innovatieproces waarbij je ondersteuning kan gebruiken? Neem dan vandaag nog contact op met een Vlaamse hogeschool via bet Blikopener . Wij volgen zo spoedig mogelijk op en zetten het één en ander in beweging. Doen!
Meer weten?
Kennis delen
Onderzoekers die ook les geven, praten met hun studenten meteen over hun ervaringen. Dat is een grote meerwaarde. Uit onderzoek halen de verschillende partijen voordeel: de bedrijven die op de eerste lijn staan tijdens het onderzoek, de hele sector, de studenten die de informatie uit eerste hand krijgen en de studenten die in latere jaren volgen en de cases in hun curriculum krijgen.
Nog spraakmakers?
Smaakt dit interview naar meer? Is je honger naar kennis niet te stillen? Wil je weten hoe andere onderzoekers en bedrijven hebben samengewerkt om innovatieve ideeën om te zetten naar impactvolle projecten?
IMPACT Klimaat en schone energie
Met deze uitgave willen de Vlaamse hogescholen graag een aantal projecten in de kijker zetten. Zo kom je het wat en hoe te weten, en ontdek je de impact van ons innoverend hoger onderwijs. Het is de bedoeling jou als lezer, te inspireren en te laten nadenken over hoe een hogeschool jouw organisatie of onderneming kan helpen om de volgende stap te nemen in jouw innovatieproces.