Hoe een atlas de meubelsector circulair maakt.
De meubelindustrie staat voor een ingrijpende transitie. TransFormMaker, een initiatief van LUCA School of Arts, streeft naar een circulaire meubelindustrie waarin grondstoffen worden hergebruikt en lokale productie centraal staat. Het project richt zich op de regio’s Genk en Mechelen, waar VLAIO living labs worden georganiseerd om lokale bedrijven, beleidsmakers, burgers en kennisinstellingen samen te brengen.
Tekst: Katrien Verreyken
Van losse schroef naar gesloten kringloop
“Design for disassembly is een goeie eerste stap, maar niet voldoende. Als er geen diensten of systemen zijn om circulaire meubels effectief te herstellen, hergebruiken of recycleren, missen we het doel.” Ben Hagenaars, onderzoeker en docent aan LUCA School of Arts, vat het scherp samen: de circulaire economie is méér dan technisch uit elkaar kunnen vijzen. Het is ook gedragsverandering, infrastructuur, lokale kennis en slimme samenwerking.
Daarom startte LUCA School of Arts samen met Thomas More en partners het VLAIO Living Lab TransFormMaker: een project dat verder kijkt dan het meubel zelf. Het brengt ontwerp, gebruik, herstelling en recyclage samen in één systeem. De bedoeling: een échte circulaire keten realiseren voor meubelproductie en -consumptie in Vlaanderen. “Het begon eigenlijk als twee aparte projecten, eentje bij Thomas More en eentje bij ons. VLAIO zag de parallellen, dus was een samenwerking een logische keuze. Een gouden zet, want onze expertises vullen elkaar perfect aan,” vertelt Hagenaars.
Een atlas als wegwijzer voor circulariteit
Centraal in het project staat een circulaire atlas – een interactieve kaart die materialen, onderdelen en spelers in Vlaanderen in beeld moet brengen: ontwerpers, meubelproducenten, herstellers, grondstofleveranciers, recyclagebedrijven… De atlas fungeert als een verbindende tool voor een regionaal ecosysteem voor meubilair. Van lokaal hout tot herstoffering, van nieuw ontwerp tot tweede leven: wie wat doet, waar, en hoe ze samen impact kunnen maken, wordt nu zichtbaar én bruikbaar.
“Zie het als een chef die zich uitdaagt om enkel met lokale ingrediënten te koken,” zegt Hagenaars. “Je ontdekt grondstoffen opnieuw, maar je verkort ook de keten. Dat principe hebben we vertaald naar meubeldesign.”
“Wij zoeken voortdurend naar innovatieve manieren om onze ecologische impact te verkleinen”, vertelt hij. “Dan komen we al snel bij wei uit. Zoals bij veel kleine kaasmakers is dat ook voor ons helaas een afvalstroom. Toen de UCLL-onderzoekers – met wie we al eerder samenwerkten – met dit project aanklopten, waren we meteen enthousiast om mee te doen! We hebben onze zuivelexpertise gedeeld en stalen wei aangeleverd.”
5 materiaalgroepen, 5 bedrijven, 5 ontwerpers
De Atlas is opgebouwd rond vijf materiaalgroepen die in de meubelindustrie vaak voorkomen: hout, textiel, schuim, kunststof en metalen verbindingselementen. “Niet alleen grondstoffen werden in kaart gebracht, maar ook infrastructuur, vakmanschap en voorbeelden van circulaire praktijken. Alles werd visueel vastgelegd — deels zelfs via 3D-scans. We wilden weten: wat is er lokaal beschikbaar, hoe kunnen we dat op een creatieve manier inzetten en welke verbindingen zijn er mogelijk? Zo daag je jezelf uit om op systeemniveau te ontwerpen, niet enkel op productniveau,” zegt Hagenaars.
Om dat potentieel te testen in de praktijk, werden vijf meubelbedrijven gekoppeld aan vijf ontwerper-duo’s. Denk: een startend designtalent dat aan de slag gaat met lederresten van een lokaal atelier. Of een herstoffeerder die samen met een ontwerper een oud meubel nieuw leven inblaast. De samenwerkingen? Dries Truyers ging aan de slag bij zetelfabriek Cammers, Yanni Timmerman zette zich in voor interieurinrichter Master Interior, Febe Coppin en Fien Vertriest matchten met lederbedrijf Atelier Sauveur, Andries De Lange ging een samenwerking aan met Touchwood Outdoor Lounges, en Nathan Vrebos verbond zich aan Roux meubelprojecten. Hun samenwerking, met de atlas als vertrekpunt, levert tastbare resultaten op die ook tentoongesteld worden. “Die matchmaking is geen vrijblijvende oefening,” legt Hagenaars uit. “Het doel is om concrete producten te ontwikkelen die de principes van circulariteit illustreren. Prototypes, ja — maar met reëel potentieel voor echte productie.”
Zonder aangepast systeem of gedrag blijft het bij een goed idee op papier.”
Reststromen hergebruiken
Els Vandenborre van het lederbedrijfje Atelier Sauveur was in elk geval enthousiast over haar match met het jonge ontwerpersduo Febe en Fien: “Het project was een verrijking voor ons allemaal. Aanvankelijk stond ik wat aarzelend tegenover de matchmaking, omdat de andere bedrijven allemaal uit de meubelindustrie kwamen en ik een lederatelier run. Maar omdat Febe en Fien het project meteen hebben opengetrokken naar interieurtoepassingen in de ruimste zin van het woord, was de klik er meteen. Hun frisse, onbevangen blik op onze reststromen werkte ontwapenend en inspirerend en gaf me zin om opnieuw te gaan experimenteren.”
Het jonge designtalent werd precies daarom aangetrokken tot het atelier: de combinatie van ambacht, traceerbaarheid en een sterk verhaal achter het materiaal. “We waren gefascineerd door hoe Atelier Sauveur werkte met grote huiden en daarna met de snijresten bleef zitten”, vertelt Febe. “Het leek ons interessant om met die knipresten iets te doen en op die manier de charme van hergebruik te laten zien. Samen ontwikkelden we dan een paravent met een collage van die lederresten: een uniek stuk dat vakmanschap, materiaalverhaal en hergebruik tastbaar maakt.”
“Wat ik zo mooi vind, is dat ze echt alles verwerkt hebben”, getuigt Els, “ook de stukjes met een foutje, een litteken of een restant van een vorige behandeling. Ze lieten alles zoals het was, en dat leverde een heel mooi resultaat op.”
Verhalenmakers
“We zoeken altijd een verhaal achter het bedrijf, het ambacht, en het materiaal”, licht Fien hun werking toe. “Dat verhaal is voor ons belangrijker dan een esthetisch meubel creëren dat dan in superproductie gaat. Els doet aan kleine oplages, ze brengt een helder verhaal en alles is traceerbaar. Het klopte helemaal.”
Voor Fien en Febe was het project veel meer dan een oefening: “Het dwong ons na te denken over realistische productie, over schaalbaarheid en circulariteit. We hopen op de tentoonstelling in C-Mine ook een deel van het maakproces te kunnen tonen.” (deze zin is uit de webtekst gehaald?)“Dat vragen onze klanten trouwens meer en meer”, stelde Els vast. “’Stuur ons eens een paar fotootjes van ‘the making of’!’ Zo kan je echt laten zien wat een ambacht is en hoeveel tijd en expertise erin kruipt.”
Geen klassiek onderzoeksproject
Voor Hagenaars is het duidelijk: ontwerpers moeten niet alleen producten bedenken, maar ook vragen stellen en systemen uitdagen. “TransFormMaker is geen klassiek onderzoeksproject. Het is een plek waar makers, bedrijven en gebruikers samen verkennen wat een circulaire meubelketen kán zijn. Dit project past in een bredere ambitie om de Vlaamse maakindustrie klaar te maken voor een circulaire toekomst.”
Rectificatie: In de papieren editie van “IMPACT: special klimaat & schone energie” (nummer 4, september 2025) is bij dit artikel de auteursnaam onjuist vermeld. De correcte auteur is Katrien Verreyken
Getriggerd door dit onderzoek?
Voel jij je geïnspireerd door dit spraakmakende artikel? Wil jij of jouw organisatie een stap zetten in een innovatieproces waarbij je ondersteuning kan gebruiken? Neem dan vandaag nog contact op met een Vlaamse hogeschool via bet Blikopener . Wij volgen zo spoedig mogelijk op en zetten het één en ander in beweging. Doen!
Meer weten?
Kennis delen
Onderzoekers die ook les geven, praten met hun studenten meteen over hun ervaringen. Dat is een grote meerwaarde. Uit onderzoek halen de verschillende partijen voordeel: de bedrijven die op de eerste lijn staan tijdens het onderzoek, de hele sector, de studenten die de informatie uit eerste hand krijgen en de studenten die in latere jaren volgen en de cases in hun curriculum krijgen.
Nog spraakmakers?
Smaakt dit interview naar meer? Is je honger naar kennis niet te stillen? Wil je weten hoe andere onderzoekers en bedrijven hebben samengewerkt om innovatieve ideeën om te zetten naar impactvolle projecten?
IMPACT Klimaat en schone energie
Met deze uitgave willen de Vlaamse hogescholen graag een aantal projecten in de kijker zetten. Zo kom je het wat en hoe te weten, en ontdek je de impact van ons innoverend hoger onderwijs. Het is de bedoeling jou als lezer, te inspireren en te laten nadenken over hoe een hogeschool jouw organisatie of onderneming kan helpen om de volgende stap te nemen in jouw innovatieproces.