Co-creatie met het werkveld in het hoger onderwijs is goedkoop onderwijs
Niets is minder waar: het kost tijd én geld om een brug te slaan tussen de twee werelden.
Blind Getrouwd is een realityprogramma waarin experts vrijgezellen matchen. Ze hoeven zelf geen tijd te steken in een dating-app, het verzinnen van een vernuftige openingszin om iemand te versieren aan de toog en – indien dat alles succesvol gaat – ook niet in het plannen van een huwelijksfeest en huwelijksreis. Men besteedt iets dat tijd en geld kost uit aan een andere partij, een mooie besparing, niet?
Zo wordt er ook wel eens gedacht over de co-creatie van hoger onderwijs met het werkveld: realiseer een deel van je onderwijs in het werkveld en je kan het goedkoper organiseren.
De 13 Vlaamse hogescholen gaan partnerschappen aan waarbij ze samen met het werkveld onderwijs ontwikkelen en/of samen onderwijs uitvoeren. Sterker nog, ze maken van co-creatie een keurmerk. Er wordt van hogescholen verwacht antwoord te bieden op de vraag naar nieuwe competenties, zoals de zogenaamde soft skills, en om maximale toegang tot hoger onderwijs te stimuleren.

Om opleidingen te organiseren die antwoord bieden op de huidige en toekomstige maatschappelijke uitdagingen, moeten de hogescholen goed op de hoogte zijn van de ontwikkelingen in diverse sectoren en samen met hen opleiding maken. Zo’n co-creatie neemt verschillende vormen aan: het werkveld betrekken in overlegstructuren, samen vormgeven van opleidingsonderdelen, werkvormen en evaluatievormen, met studenten werken aan concrete praktijkuitdagingen …
Kwaliteitsvolle co-creatie gaat ook verder dan studenten laten meewerken in het werkveld. Deelnemen aan de dagelijkse economische processen, leidt er niet vanzelfsprekend toe dat men de nodige competenties verwerft. Het vereist een begeleid leerproces waarbij de werelden van opleiding en werk op een bewuste manier verbonden worden met elkaar. Pedagogisch-didactische ondersteuning van de student voor, tijdens en na het werkplekleren, zowel door de werkplek als de opleiding, geeft vorm aan dat leerproces.
Kwaliteitsvolle co-creatie gaat ook verder dan studenten laten meewerken in het werkveld.”
Dit vraagt enerzijds de bereidheid van het werkveld om hierin te investeren en anderzijds professionalisering van zowel mentoren als docenten. Er zijn bovendien ook grenzen aan wat we kunnen en mogen verwachten van dat werkveld. De druk om in tijden van arbeidsmarktkrapte meer en meer diverse groepen studenten te begeleiden in hun leerproces wordt voor hen groter. Ook op opleidingen legt dergelijke manier van werken meer druk. Zij zetten alles in het werk om in afstemming met de werkplek studenten brede en gevarieerde leerkansen te bieden. Wanneer een leerproces in twee leeromgevingen plaatsvindt (de schoolcontext en de werkplek), dan moet er om kwaliteitsvol leren te stimuleren een brug gemaakt worden tussen praktijk en theorie, tussen werkplek en hogeschool.
De twee leeromgevingen kunnen niet zomaar naast elkaar bestaan in het curriculum. Dat betekent continue en constructieve dialoog wat betreft verwachtingen, taken, opleidingsprogramma, evaluatie, studentenbegeleiding, zowel met het werkveld als binnen de opleiding. Bovendien zien we een organisatorische impact. Traditionele vormen van onderwijs kan je voor grote groepen studenten organiseren. Bij leren op de werkplek kan dat al veel minder. Het vraagt een aanpak op maat met meer ruimte voor opvolging en begeleiding, individueel of in kleine groepen. Studenten komen op diverse werkplekken terecht, die niet allemaal precies dezelfde leerkansen kunnen bieden.
Werkplekleren impliceert een individuele aanpak waarbij de competentieontwikkeling van de student voortdurend gemonitord en bijgestuurd wordt.”
Dat impliceert een individuele aanpak waarbij de competentieontwikkeling van de student voortdurend gemonitord en bijgestuurd wordt. Zowel in loonkost als in verplaatsingskosten betekent dit een dure uitgave voor een hogeschool.
De financiering van het hoger onderwijs is helaas niet afgestemd op trajecten waarin begeleiding en praktijkgerichtheid belangrijk zijn en waarbij aanpassingen op maat van een specifieke doelgroep of werkplek gemaakt worden. Nochtans zal investeren in een dergelijke onderwijsaanpak een katalysator zijn voor een leven lang ontwikkelen, een attitude die in Vlaanderen nog steeds geen vanzelfsprekendheid is.
Je kan dan al wel minder tijd moeten spenderen aan de toog of op Tinder om een match te vinden, een geslaagd huwelijk vraagt investering van beide partners. Hetzelfde geldt voor co-creatie. Onderwijs en werkveld kunnen zich door experts laten begeleiden in het aangaan van een partnerschap, maar het werk … moeten ze zelf doen. En het kost tijd en geld om een brug te slaan tussen de twee werelden. Goedkoper is het niet, maar minstens even intensief en potentieel een stuk krachtiger.
Gerelateerde artikels
Beste toekomstige leerkracht
Tijdens de Dag van de Leerkracht zetten we alle leraren in de bloemetjes zetten. Terecht, want wie voor dit beroep kiest, kiest voor een toekomst met impact. Je maakt elke dag mee het verschil in het leven van kinderen en jongeren. Je geeft hen kennis en vaardigheden, maar vooral ook zelfvertrouwen, inspiratie en hoop.
Vlaamse hogescholen sluiten zich aan bij verklaring rectoren over Gaza
De Vlaamse hogescholen erkennen de complexiteit van het conflict, maar zijn van mening dat de omvang van het menselijke leed en de schendingen van het internationaal recht vragen om een duidelijke, gezamenlijke reactie vanuit het hoger onderwijs.
Graduaten leiden studenten op voor sectoren die snakken naar personeel, financiering hinkt achterop.
In een gezamenlijk advies vragen ze minister van Onderwijs Demir voldoende basisfinanciering te voorzien, het werkplekleren te versterken en de programmatie van nieuwe, arbeidsmarktgerichte graduaatsopleidingen te versnellen.